delingen in het Brigham and Women’s
Hospital, leidde Kess Carmen bij de
arm door het gangpad naar het toilet.
Plotseling begon een vier- of vijfjarig
meisje dat met haar vader achterin zat
te huilen toen ze Carmen zag.
‘Papa, papa!’ huilde het kleine
meisje. ‘Zorg dat hij weggaat. Ik ben
bang voor hem.’
Hoewel ze het meisje niet kon zien,
sprak Carmen in haar richting: ‘Het is
goed, liefje, je hoeft niet bang voor me
te zijn, ik ben ook een mama ...’
lieve glimlach zien, Liza’s golvende
haar en Kess’ donkerbruine ogen. Tegen iedereen zei ze: ‘Je bent zo mooi.’
Het werd tijd dat ze de vraag beantwoordde die haar al een tijdje kwelde:
‘Hoe zie ik eruit?’ Toen ze alleen was,
ging ze naar de badkamer en deed de
deur op slot. Ze hield een kleine handspiegel voor haar gezicht. Toen ze
naar het misvormde gezicht vol littekens keek dat haar aanstaarde,
kreunde ze zacht: ‘O God. Waar ben
ik? Waar is Carmen?’ Ze dacht aan het
Ze keek naar het gezicht dat haar in de
spiegel aanstaarde en kreunde: ‘O God.
Waar ben ik? Waar is Carmen?’
Even later zei Kess tegen haar:
‘Carm, laat maar, ze hoort het niet.’
‘Wat bedoel je?’ vroeg Carmen.
‘Haar vader is ergens anders gaan
zitten met haar.’
HOEWEL HAAR EERSTE h o o r n vliestransplantatie mislukt was,
kreeg Carmen dezelfde operatie ook
aan haar rechteroog. Twee weken
later, bijna twee jaar na de aanval,
was ze haar tanden aan het poetsen
toen ze de glimmende metalen kraan
op de gootsteen ontwaarde. ‘Nee! Ongeloofijk,’ zei ze tegen zichzelf. ‘Ik
kan zien!’
Ze had gebeden om haar dochters,
Kess en haar moeder weer te kunnen
zien. Eindelijk zwaaiden de gevangenisdeuren open. Ze kon Hannah’s
128
meisje in de bus, aan de waarschuwing op het tv-journaal, aan de aarzeling van haar familie om haar te vertellen hoe ze eruit zag en brak in tranen uit.
Alsof het lot nog niet wreed genoeg
geweest was, verloor ze haar herwonnen gezichtsvermogen na vier maanden al weer. Ze was opnieuw blind.
Artsen zeiden dat de kans bestond dat
ze een beetje zicht in haar linkeroog
konden herstellen, maar haar rechteroog was te zwaar verminkt. Ze raakte
in een diepe depressie. Ze schreef:
‘Elke keer als ik mijn kinderen hoorde
lachen, smachtte ik ernaar hun glimlach te zien. Een autotoet W"