Reader's Digest / Het Beste maart 2014 | Página 129

nen uitbrak tijdens een sessie. ‘Maar het doet gewoon zo vreselijk pijn.’ Er waren ook kleine overwinningen. Carmen bezocht een psycholoog. Na enkele maanden thuis had ze genoeg moed verzameld de slaapkamer binnen te gaan waar Herb haar mishandeld had. Hij zat nu in de gevangenis, in afwachting van de rechtszaak. Een jaar na de aanval kreeg ze een hoornvliestransplantatie en daarmee de hoop dat ze eindelijk uit haar gevangenis van blindheid zou worden bevrijd. Ze stemde in met een interview door persbureau Associated Press. De familie zat samen in de woonkamer naar het avondjournaal te kijken, opgewonden omdat een lokaal tv-station op het punt stond een reportage over Carmen uit te zenden. De nieuwslezer kondigde het onderdeel aan en voegde toe: ‘Waarschuwing. Deze beelden kunnen schokkend zijn voor sommige kijkers.’ Carmen voelde zich alsof ze opnieuw mishandeld was. ‘O mijn hemel! Ze hebben het over mij,’ riep ze. Toen vroeg ze wat rustiger: ‘Want ze hebben het toch over mij?’ Noch Carmens dochters, noch Kess, noch haar moeder zeiden iets. ‘Het spijt me ontzettend Kess,’ zei Carmen toen ze in tranen uitbrak. ‘Maar het doet gewoon zo vreselijk pijn.’ Toen mensen haar vertelden dat ze geïnspireerd waren geraakt door haar verhaal, vroeg ze zich af of ze daarmee door moest gaan. ‘Misschien kan ik mensen helpen,’ zei ze tegen haar moeder. ‘Hoe beter ik me voel, hoe gelukkiger mensen lijken te zijn.’ Brieven uit de hele wereld stroomden binnen. Buren brachten haar maaltijden. Iemand stuurde haar een cheque van 1000 dollar. Ze herinnerde zich iets wat haar vader acht jaar eerder tegen haar had gezegd: ‘Ik heb de wereld nooit willen veranderen, maar ik weet dat jij dat gaat doen.’ Misschien had ze haar roeping gevonden. Maar Carmen was kapot. Zoals Joan haar al zo vaak had zien doen, raakte ze zacht haar gezicht aan, voelde het ruwe littekenweefsel, haar beschadigde neus en lippen en haar verdwenen oor. Hoe afschuwelijk zie ik eruit? vroeg Carmen zich af. De volgende dag vroeg ze aan haar moeder: ‘Hoe zie ik eruit?’ Joan aarzelde en zei toen: ‘Dat kan ik niet beschrijven.’ Kess was wat toegeeflijker. ‘Wel, Carm, je hebt littekens. Ik weet niet wat ik anders moet zeggen.’ In de bus naar Boston voor een van haar wekelijkse standaard-check-ups, huidtransplantaties of andere behan127