afzetten. De waslijst met verloren gegane zaken is eindeloos.’
Maandenlang voelde Carmen zich
ellendig en wanhopig. Maar toen
hoorde ze een boodschap over vergeving, terwijl ze naar een zelfhulpboek
luisterde. Vergeving is niet iets wat je
voor anderen doet, merkte een schrijver op, je doet het voor jezelf. Het was
alsof er een deur openging. Carmen
besefte ze alleen maar zichzelf dwars
zat als ze Herb bleef haten. Hij was
veroordeeld tot 70 jaar gevangenisstraf, met een minimum van 30 jaar.
Om hem hoefde ze zich geen zorgen
meer te maken. En wat nog belangrijker was, vergeving was een krachtige
boodschap die ze uit kon dragen.
Ze dacht terug aan haar droom
waarin ze de boodschap ‘Leven is een
keuze’ had gezien. En ze herinnerde
zich haar vader die haar vertelde dat
hij wist dat zij de wereld altijd wilde
veranderen. Ze kon starten met haar
eigen kleine hoekje van de wereld.
Carmen begon te spreken voor de
Rotary Club, de kerk, vrouwengroepen,
voor bijna iedereen die erom vroeg. Ze
verzamelde de moed om bij ‘The Doctors’ te verschijnen, een tv-programma
over medische kwesties. Hoe vaker ze
haar boodschap uitdroeg, hoe beter ze
zich voelde. Op een dag, toen ze met
Joan aan het winkelen was, op zoek
naar een nieuwe mobiele telefoon,
rende een kleine jongen weg bij zijn
moeder naar Carmen.
‘Wat is er met je gezicht?’ vroeg hij.
Carmen die nog steeds blind was,
bukte en zei tegen hem: ‘Ik ben verbrand, liefje.’
‘O. Doet dat pijn?’
‘Soms,’ zei Carmen.
Hij glimlachte naar haar en zei:
‘Wel, ik hoop dat je beter wordt.’
Ze begon ideeën te verzamelen voor
een boek. Dankzij nog een hoornvliestransplantatie had ze weer wat
zicht in haar linkeroog. Hoewel ze er
amper wat mee zag, was het voldoende
om te kunnen lezen met een vergrootglas.
Bijna elke week namen Kess en zij
de bus naar Boston voor consulten,
nog meer huidtransplantaties en behandeling van infecties. In de drie jaar
na haar aanval had ze meer dan 50
operaties gehad. Ze had nog steeds
bijna constant pijn en slikte een medicijnencocktail tegen het vreselijke
brandende gevoel.
In december 2011 belde het hoofd
plastische chirurgie dr. Bohdan Pomahac, hoofd van het brandwondencentrum en van de sectie plastische transplantatiechirurgie van het Brigham
and Women’s Hospital, met een voorstel. Hij vroeg of ze geïnteresseerd
was om in aanmerking te komen voor
een volledige gezichtstransplantatie.
Terwijl hij sprak, ging Carmen zachtjes met haar vingers over haar gezicht
vol littekens en hield stil om haar ingesneden neus en haar gehavende lippen te voelen, die ze nooit goed kon
sluiten waardoor ze voortdurend
kwijlde.
‘Je zou weer oogleden hebben, een
gewone neus en je kwaliteit van leven
zou beter zijn,’ vertelde dr. Pomahac.
Er zouden maanden van onderzoek
en psychologische consulten aan
129