schreeuwde ze toen ze viel. ‘Ik ben
het, Carmen! Wat doe je?’
Hij greep de honkbalknuppel die hij
had meegebracht en begon haar daarmee te slaan. Ze hief haar linkerarm
op om zich te verweren tegen de slagen en hoorde hem kraken. De pijn
schoot als een elektrische schok door
haar lichaam. Rodgers bleef slaan tot
ze bewusteloos was.
Hij bond haar handen achter haar
rug en trok haar een andere slaapkamer in, waar ze weer bij kennis kwam,
lang genoeg om naar haar dochters te
schreeuwen: ‘Bel de politie!’ Rodgers
sloeg haar opnieuw genadeloos met
de knuppel. Ze was machteloos. Hij
greep haar bij de keel en probeerde
haar te wurgen. Ze verloor opnieuw
het bewustzijn.
Even later kwam Carmen bij. Ze lag
als een zielig hoopje op de grond, keek
omhoog en zag dat Rodgers terugkwam met een plastic fes in zijn hand.
Toen hij de inhoud over haar uitkneep, dacht ze, hij gaat me in brand
steken! Op de een of andere manier
lukte het haar om door de pijn heen
‘Alsjeblieft!’ te schreeuwen.
Rodgers goot de stroperige transparante vloeistof over Carmen: in
haar ogen, op haar gezicht, haar haar,
armen, borst, benen en rug. Het was
geconcentreerde industriële loog die
meteen haar huid verbrandde. Er verschenen eerst donkerbruine en later
zwarte vlekken op haar huid, terwijl
de loog zich door het weefsel een
weg vrat naar haar botten. Het voelde
alsof haar huid van binnen naar buiten verbrandde.
Toen klonk buiten het huis een
luide schreeuw: ‘Politie! Kom naar