Marine Magazine Jaargang 2, februari 2017 | Page 30

Alleen de Exeter en Houston hebben gelijke wapens. Wij, de Java en de Perth, moeten naderen om ze binnen bereik te krijgen.
Tien gevaarlijke minuten komen we tekort. Helaas zijn we die kwijtgeraakt door zuinigheid en naïviteit.“ Stomme politiek,” mompel ik. Mijn verbindingsman kijkt me aan en ik schud mijn hoofd.“ Nee, niks,” zeg ik, maar ik voel boosheid. Met een goede vlootwet in 1923 waren wij sterker geweest en met nieuwe slagkruisers hadden wij zwaarder geschut gehad. We hadden zelfs rondjes om ze kunnen varen. Bijna tien jaar geleden raakten wij de minuten kwijt die we nu tekortkomen. De gedachte aan verliezen knijpt mijn maag samen. Als wij falen kunnen we niks meer doen voor onze mensen op de wal. Ik verman mijzelf, zulke gedachten helpen nu niet. Met wat we nu hebben, moeten we het doen. Het is niet anders.
Waar blijft verdraaid onze luchtmacht? We hebben al twee Japanse luchtaanvallen moeten afslaan. Dat is gelukt, maar zij kennen nu onze positie. En waar zouden zij nu zijn? Ik kijk op mijn klokje, het is bijna kwart over
“ Laat het dwars van ons zijn. Ik hoor de torens draaien, maar waarheen?”
30 MARINE MAGAZINE
Dit jaar herdenken we dat het 75 jaar geleden was dat de Slag in de Javazee plaatsvond. We blikken met dit verhaal op deze gebeurtenis terug, met als basis de historische feiten.
Aan onze bakboordzijde de jagers Kortenaer en Witte de With en achteraan de vier Amerikaanse vierpijpers. Ik ken het plan: wij gaan de Japanse oorlogsschepen aanvallen. Onze en de Amerikaanse jagers moeten doorstoten en de troepenschepen van de invasievloot torpederen. Enkele dagen geleden passeerde de Japanse vloot de straat Makassar maar sindsdien hebben we niets meer over hen gehoord. De schout-bijnacht moet nieuws over hun positie hebben gekregen en heeft tot de aanval besloten.
“ Een transportgroep ligt op maar twee uur varen voor ons,” zegt mijn verbindingsman.“ Komt dit van de brug?” vraag ik, hij knikt. Zouden ze zich dan toch gesplitst hebben, zoals we hoopten? Dan zitten de oorlogsschepen mogelijk ten noorden van ons. Met deze koers komen we dan precies tussen de twee groepen in. Ik wou dat we sneller konden, maar dat kan de Java niet bijhouden en we hebben elk kanon nodig. Het gaat moeilijk worden, want zij hebben zware kruisers met grotere kanons die ook verder kunnen schieten.
vier. Dan is er reuring, er zijn schepen gezien. Maar waar? Laat het dwars van ons zijn, denk ik. Ik hoor de torens draaien, maar waarheen? Oei, de grote lopen wijzen twee streken over stuurboord en dat is niet goed. Dan zitten ze te veel voor ons. Of zou het de transportvloot al zijn? Ook de andere kruisers hebben hun torens gericht. Die van de Exeter staan meer dwars uit. Zou de vijand dan toch noordelijk zitten?
Plotseling zijn er hoge fluittonen, gevolgd door grote waterkolommen aan stuurboord achter ons. Inkomende acht inch granaten; de Japanners openen het vuur. Nog geen minuut later geeft de Exeter haar eerste salvo. Zij kunnen al wel vuren. Het is begonnen, ik ruik kruitdampen en voel waterdruppels van de inslagen op mijn gezicht. Mijn vermoeidheid is verdwenen nu het bloed door mijn aderen giert. Mijn hartslag schiet omhoog, zo dadelijk kunnen wij vuren. Onze kanons, dreigend op de horizon gericht, zwijgen nog. Ik voel onze schroeven door het water slaan, we maken vaart. Nog tien minuten..., nog tien minuten.