FIB NR134 2023 | Página 115

113
Begin 1972 speculeren de Nederlandse dagbladen voor het eerst over de kansen op een autoloze zondag als de moeizame onderhandelingen van de grote olieconcerns met de productielanden wereldnieuws worden . Perzië ligt dwars . Ook Koeweit . Er is opvallend veel solidariteit in het Arabische werelddeel als de spanning tussen Israël en Egypte oploopt . Een drastische beperking van de aardoliedistributie lijkt voor Europa onafwendbaar , maar net als nu bij de klimaatcrisis , is Nederland braaf een de weinige die maatregelen neemt .
De schrik zit er bij de regering goed in , omdat de eigen oliecapaciteit niets voorstelt . Die van het Drentse Schoonebeek is al geruime tijd gedaald naar 3.000 m 3 per dag . Eigenlijk resteert er in eigen bodem nog maar 7 procent van het benodigde totaal . Het Noordzee-project is nog niet in een stadium van realisatie en de ontdekte velden in het Westland en Rotterdam-IJsselmonde spelen geen rol van betekenis . Het is allemaal geen aanlokkelijk vooruitzicht voor het moeizaam tot stand gebrachte meest links-progressieve kabinet uit de parlementaire geschiedenis .
Niettemin vrolijkt minister-president Joop den Uyl z ’ n toen nog trouwe volgers op met de geruststelling dat hij altijd een olievoorraad van twee maanden in petto houdt . Nederland is dan wel inmiddels al een derde van de 68 miljoen ton olie kwijt die het jaarlijks invoert . Naast de autoloze zondag jammert Den Uyl ook voor het eerst over de invoering van een bestedingsbeperking en moeten van zijn geldminister Ruud Lubbers de gordijnen dicht en de thermostaat lager . Het adagium is : doof de waakvlam .
Het is een vreemde gewaarwording op zondag 4 november 1973 : wandelende mensen met een Kodak-camera over hun schouders om elkaar op de rijksweg op de foto te zetten . Het is een stille sensatie , die eerste dag . En ook op de tweede autoloze zondag is er nog weinig paniek . Maar als aan het einde van dat jaar de maatregel nog steeds niet is teruggedraaid en er inmiddels al vijf zondagen alleen touringcars , taxi ’ s , auto ’ s van artsen en journalisten , alsmede ambulances en politie- en brandweerwagens in de straten te zien zijn , begint Nederland zich toch af te vragen : hoe lang nog ? Minister Westerterp van Verkeer voorspelt blijvend twee autoloze zondagen per maand en een nooit meer te verhogen maximumsnelheid van 90 kilometer per uur . Zelfs het kerkbezoek in de meest kerkse dorpen is intussen tot de helft gereduceerd .
De enigen die winnen zijn de creatieven . Rijwielhandelaar Van Steijn in Zoeterwoude ontwikkelt naar het idee van de melkbussenkar de fietskruier : een aanhangwagentje om kleine kinderen in te vervoeren . Het is de voorloper van de GroenLinkse bakfiets . De aankoop van fietsen is trouwens volop booming en ook het aantal aanvragen voor een telefoonaansluiting groeit . En op oudejaarsavond zegt conferencier Wim Kan dat de hele toestand hem eigenlijk prima bevalt . ‘ Heb je de plaatjes gezien van de spoedvergadering in Koeweit ? Al die sjeiks , van heinde en verre aangehold , zo uit de harem , de lakens nog over hun koppen . Die koning Feisal , dat vind ik net Oliebaba en de veertig rovers .’