zien, die met kantsteken, zoogenaamde spinnetjes, in een of in verschil-
lende patronen, zijn gevuld. Men vervaardigt den kraag van dubbel fijn
linnen naar fig. 35, dat de helft van het fatsoen geeft; voor de smalle
open randjes die aan beide zijden de ruiten insluiten, kan men hetzij dra-
den uit den kraag (die alsdan aaneen wordt gesneden trekken, en er een
open randje inwerken, of er een smal entre-deux tusschen zetten.
Ten einde de ruiten goed uit te voeren is het raadzaam, de omtrekken op
de stof over te teekenen en de eersten met middelmatig dik katoen om te
rijgen, waarna men in elke ruit eene kruiselingsche insnijding in de stof
maakt, deze naar binnen inslaat en slechts den omtrek van de ruit fijn en
dicht festonneert; hiertusschen in wordt de kantsteek met zeer fijn ijzer-
garen uitgevoerd. De afb. No. 71 geeft een gedeelte van dit garnituur
in natuurlijke grootte te zien. Men kan ook in elke ruit een andere
kantfiguur uitvoeren. De voltooide kraag wordt tusschen een dubbel
boordje met een knoop en een knoopsgat voorzien, gezet, en als men
hem aandoet, langs de gepunte lijn omgeslagen. ― De manchette afb.
No. 53, is zooals men dit zien kan op dezelfde wijze versierd; zij wordt
echter uit dubbel linnen naar fig. 36 geknipt, en naar aanwijzing op
het knippatroon met eenige knoopen en knoopsgaten voorzien.
Kraag en mouw met fluweelen lint gegarneerd.
Afb. No. 54 en 55.
Deze staande kraag is gevormd uit een dub-
belen rechten reep linnen 42 d. lang en 2½ d.
breed, die aan een batisten onderchemisette,
met opnaaisels versierd, is gezet. In den kraag is ½ d. van den buiten-
rand af, eene rechte rij stiksteken gelegd, in regelmatige tusschenruim-
ten 1½ d. breed, telkens met eene insnijding 1½ d. lang en even als een
knoopsgat gefestonneerd, voorzien, en in elke tweede tusschenruimte met fransch borduursel versierd. De insnijdingen dienen, om er een,
naar evenredigheid breed fluweelen lint door te steken, waarin aan den
voorkant een strik wordt gelegd. Op de afb. No. 72 is de bewerking van
den kraag duidelijk voorgesteld, en met afb. No. 51 de manchette die
er bij behoort.
Kraag en mouw “dentelé.”
Afb. No. 56, 57 en 73.
De afb. No. 56 geeft een staanden kraag te zien, die wel eenvoudig
maar toch gracieus is opgemaakt. De grondvorm bestaat uit een recht batisten boordje 2 d. breed, waarvan de bovenrand met een guipure
kantje 1 d. breed versierd is. Het boordje wordt met een zwart fluweelen
lint van dezelfde breedte bedekt, waarop een guipure 1 d. breed, in puntjes gelegd, is be-
vestigd. De mouw bij dit model behoorende, die men naar fig. 56 No. XVI kan knippen, geeft twee reepen garnituur te zien, waartusschen zich een reep entre-deux 1 d. breed
bevindt. De afb. No. 73 stelt een gedeelte van
het garnituur van de mouw in oorspronkelijke
grootte voor, en ook het model voor de schik-
king van den kraag.
78 DE GRACIEUSE. [4 April 1866. 4e Jaargang.]
No. 44. Kraag “à rosettes.”
Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. VIII, Fig. 29.
No. 46. Kraag “étoile.”
Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. VI, Fig. 25.
No. 48. Kraag met geborduurde punten.
Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. V, Fig. 22.
No. 42.
Kraag
“à carrés brodés.”
Knippatr., voorz. v. h.
Supplem. No. X, Fig. 33.
No. 43. Manchette, behoorende
bij den kraag No. 47.
Knippatr., voorz. v. h. Supplem.
No. X, Fig. 34.
No. 50. Kraag “Cointise.”
Knippatr., voorz. v. h.
Suppl. No. IX, Fig. 31.
No. 52.
Kraag met
kantsteken versierd.
Knippatr., voorz. v. h.
Suppl. No. XI, Fig. 35.
No. 50.
Mouw, be-
hoorende bij den
kraag No. 58.
Knipp., keerz. v.
h. Suppl. No.
XVI, Fig. 56.
No. 51. Manchette, be-
hoorende bij den kraag No. 50.
Knippatr., voorz. v. h. Suppl. No. IX, Fig. 32.
No. 54. Kraag, gegarneerd met fluweelen lint.
No. 56. Kraag “dentelé.”
No. 58. Kraag “à barettes.”
Knippatr., keerz. v. h. Suppl. No. XVI, Fig. 54 en 55.
No. 60. Kraag “à l'impératrice.”
Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. VII, Fig. 27.
No. 57. Mouw behoorende
bij den kraag No. 56.
No. 53.
Manchette, be-
hoorende bij den
kraag No. 52. Knippatr.,
voorz. v. h. Supplem.
No. IX, Fig. 36.
No. 45. Mouw, behoorende bij den kraag No. 44.
Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. VIII, Fig. 39.
No. 47. Mouw, behoorende bij den kraag No. 46.
Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. VI, Fig. 26.
No. 49. Mouw, behoorende
bij den kraag No. 48.
Knippatr., voorz. v. h. Suppl.
No. V, Fig. 23 en 24.
No. 55. Mouw, behoorende
bij den kraag No. 54.
No. 61. Mouw, behoorende bij den kraag No. 60.
Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. VII, Fig. 28.