De Gracieuse 4 April 1866 | Página 9

aanwijzing op het knip-

patroon en op de afb. wordt

de manchette uit lapjes linnen en

guipure entre-deux samenge-

steld, waarbij de puntjes van het gui-

pure tusschenzetsel, dat volgens de afb. No.

70 ook door haakwerk kan vervangen worden,

op het linnen moet liggen. Aan den boven- en

aan den onderrand van de manchette, die om haar te

kunnen dichtmaken met knoopjes en knoopslussen wordt

voorzien, zet men een kantje; wil men dit haken, dan vindt men

er bij de beschrijving van het garnituur van guipure No. 68 eene

handleiding voor.

Groote anemoon van ponceau fluweel, naar fig. 66a, b en c, de

eerste, uit een laag van 6 afzonderlijke bladeren bestaande, een weinig ge-

welfd, van binnen een wit laken gedeelte naar fig. 66d, met groene meel-

draden, het naar buiten liggende knopje bestaat uit een gedeelte laken naar

fig. 67b, dat tot een bosje te zamen gevat, en met kelkbladeren naar fig.

73 voorzien wordt. ― Blauwe klok, naar fig. 65. Groote witte bloem, naar fig. 64a, b en c; de eerste

laag bladeren worden straalvormig ingegroefd, en ge-

welfd op genaaid, de tweede laag elk met een diepe groef op de verkeerde zijde, de derde laag glad, van binnen

een gedeelte naar fig. 64d van ponceau fluweel en groene

meeldraden. Voor de bloesems en knoppen die hier ver-

scheidene malen in voorkomen, kan men de kleuren

naar welgevallen nemen. De van laken geknipte bladeren

zijn op de afb. duidelijk te onderscheiden en men kan

voor eerstgenoemde de knippatronen gemakkelijk naar

de afbeelding vervaardigen.

Kragen en mouwen.

Afb. No. 42―75.

Door de gravuren in dit nummer van de vele fraaie

lingeriën, worden onze lezeressen niet alleen op de hoogte

gehouden omtrent hetgeen de mode in dit genre in den laatsten

tijd heeft voortgebracht, maar tevens in de gelegenheid gesteld, zelve

het een of ander lief artikel voor haar toilet te vervaardigen. Het zooge-

naamde fatsoen “van

Dijk” valt tegenwoor-dig het meest in den smaak; het heeft van

voren spitstoeloopende

punten, die op veelvul-

dige wijzen versierd

worden.

Kraag en mouw “à carrés brodés.”

Afb. No. 42, 43, 65 en 68. Knippatr., voorz. v. h.

Supplem. No. X, Fig. 33 en 34.

Ten einde het lieve garnituur van den kraag No. 42 zoo

duidelijk mogelijk te doen zien, hebben wij hem een weinig

grooter als de overige kragen doen uitteekenen. Ons model

is uit guipure en kleine geborduurde ruiten samengesteld.

Hoewel guipure kant zeer in de mode is, zoo geven wij

nogtans, om bij het vervaardigen der lingeriën een ruimer

keus te hebben, twee patronen om deze kant door haak- of knoopwerk na te bootsen; afb. No. 65 geeft ge-

borduurde ruiten, in vereeniging met guipure knoopwerk, No. 68 dezelfde ruiten met haakwerk te zien. Men

kan den kraag naar verkiezing aan een onderchemiset naaien of hem zooals op de gravure, eenvoudig met een

recht boordje voorzien; men vindt het knippatroon, de wijze van samen-

stelling, en twee verschillende borduurpatronen voor de ruiten fig. 33.

De beschrijving van de hierbovenvermelde nage-

bootste guipure maakt eene meer uitvoe-

rige aanwijzing overbodig. De manchette

afb. No. 43, welke bij dezen kraag behoort

bestaat uit fijn linnen

(dubbel genomen),

waar het garnituur

van onderen en aan

de eene dwarszijde aan wordt gezet.

Fig. 34 geeft

het knippatroon en de wijze van samenstel-

ling van de manchette aan.

Kraag en manchette “à rosettes.”

Afb. No. 44, 45, 62―64 en 70. Knippatr.,

voorz. v. h. Supplem. No. VIII, Fig. 29 en 30.

Deze kraag van fijn dubbel linnen is in de hoeken

van voren met twee rozetten, en om den buitenrand

met een guipure kantje 1 d. breed versierd. Fig. 29

geeft de helft van den kraag. De rozetten kunnen

ook door fijn haakwerk worden nagebootst, waar-

voor men op bladz. 79 geschikte modellen vindt, en

wel No. 64 voor de grootste, No. 62 voor de klein-

ste, anders vormt men die van de drie eerste toeren

van de rozet No. 63. Voor de onderchemisette waar

de kraag aan wordt gezet, kan men het knippatroon

van de chemisette voor den kraag “à barettes,” fig.

54 en 55 nemen.

Afb. No. 45. Het garnituur van deze manchette

is in overeenstemming met dat van den kraag. Men

kan haar over een nauwe mouw van het kleedje dra-

gen of ook aan een batisten ondermouw zetten. Naar

Kraag en manchette “étoile.”

Afb. No. 46 en 47. Knippatroon, voorz. v. h. Supplem.

No. VI, Fig. 25 en 26.

Deze kraag onderscheidt zich door den eenigszins hol geknipten

vorm van de omgeslagen punten. Hij wordt naar fig. 25 uit dubbel

linnen geknipt, langs den buitenrand stikt men er tweemaal een eind

koord in, en daartusschen als ook in de hoeken aan den voorkant een

borduursel uit kleine sterretjes bestaande, waarvan de blaadjes met

wit katoen dik geborduurd, en met zwarte zijde met den point russe omnaaid worden. De voorste punten worden langs de ge-

stipte lijn op fig. 25 omgeslagen; hierop moet men natuurlijk bij

het borduren en het leggen der rijen stiksteken letten.

Fig. 26 geeft de helft voor het fatsoen van de manchette, op

welk knippatroon ook het borduursel, het ingenaaide koord en

de knoopsgaten zijn voorgeteekend.

Kraag en manchette met geborduurde

punten.

Afb. No. 48, 49 en 74. Knippatr., voorz. v. h. Supplem.

No. V, Fig. 22 en 24.

Dit fraaie garnituur is inzonderheid voor jonge meisjes

geschikt; het voornaamste sieraad bestaat in geborduurde

punten, die op een zwart of gekleurd fluweelen lint dat men er

onder legt, (afb No. 74 geeft een gedeelte van de samenstelling in

natuurlijke grootte),

zeer fraai uitkomen. Het borduursel op de puntjes die men naar fig. 22 uit fijn dubbel

linnen moet knippen,

kan men naar verkie-

zing naar een der

beide borduurpatronen op fig. 22 of 24 gegeven, uitvoe-

ren, vervolgens zet men den kraag aan een dubbel boord-

je en hiermede aan eene onderchemisette van neteldoek of

nansoek. In het fluweelen lint waarmede men den kraag

garneert, wordt aan de voorzijde een strik gelegd.

Voor de manchette geeft fig. 24 de helft van het

fatsoen. Als men den reep puntjes heeft vervaardigd, zet

men hem tusschen de twee lagen stof der manchette, die

aan de beide dwarszijden langs de dunne gladde lijn, met

eene rij stiksteken, en tusschen de daardoor afgedeelde

ruimten met knoopen en knoopsgaten wordt voorzien. Ein-

delijk zet men de manchette aan eene ondermouw, naar

fig. 23 vervaardigd, en legt onder de geborduurde puntjes

het fluweelen lint, waarvan de einden eveneens worden dichtgestrikt.

Kraag en manchette “Cointise.”

Afb. No. 50 en 51. Knippatr., voorz. v. h. Supplement

No. IX, Fig. 31 en 32.

Deze lingerie, hoewel zeer eenvoudig, is nog-

tans door het sierlijke garnituur zeer gedistin-

geerd, het laatste moet echter zeer

netjes en nauwkeurig worden uit-

gevoerd. Naar aanwijzing op

fig. 31 knipt men voor dit

model afzonderlijke lapjes

uit fijn dubbel linnen,

daar smalle open

gewerkte randjes doorheen loopen,

en stikt de laatste, die uit een smal

tusschenzetsel of uit een opengewerkt randje

op batist of neteldoek uitgevoerd, kunnen be-

staan ―dicht langs den buitenrand van de ge-

deelten linnen vast, waarbij de stof natuurlijk naar binnen moet worden omgeslagen. Bij het knippen moet men op deze inslag rekenen. Eer

men er het open randje tusschen voegt, moet men

in het linnen de hoeken van den kraag vormen, door

er een plooitje in te naaien. Om den buitenrand van

den kraag zet men insgelijks een reep tusschenzetsel

en daaraan eene valencienne 1 d. breed, die er een

weinig ingerimpeld aan wordt genaaid; aan den bo-

venkant naait men den kraag tusschen een recht

boordje uit eene dubbele laag stof geknipt, dat met

een knoop en een knoopsgat, om het te kunnen dicht

maken wordt voorzien. ― Voor de manchette

vindt men het garnituur in overeenstemming met

dat van den kraag, afb. No. 51, fig. 32. Wij mer-

ken echter aan, dat het open randje en de kant slechts aan de eene lange en aan de eene

dwarszijde van de manchette wordt gezet,

No. 38. Gehaakte rozet, ter versiering van linten

colliers, blousen enz.

Bijvoegsel van de Gracieuse.

No. 39. Gehaakte rozet, ter versiering van linten

colliers, blousen enz.

No. 40. Patroon van een bouquet voor application- en borduurwerk met den platten steek. Knippatroon voor de bloemen en de bladeren, keerz.

van het Supplement No. Fig. 58―80.

No. 41. Patr. van een krans voor application- en borduurwerk met den platten steek.

Knippatronen voor de bloemen en bladeren, keerz. v. h. Supplem. No. 58―80.

aan de andere

dwarszijde voor-

ziet men haat met

knoopjes; aan den boven-

rand kan de manchette omge-

slagen of de beide afgeknipte randen

tegen elkaar worden genaaid.

Kraag en manchette met kantsteken versierd.

Afb. No. 52, 53 en 71. Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. XI,

Fig. 35 en 36.

Het bedoelde model geeft een rij aaneen verbonden open ruiten te