aanwijzing op het knip-
patroon en op de afb. wordt
de manchette uit lapjes linnen en
guipure entre-deux samenge-
steld, waarbij de puntjes van het gui-
pure tusschenzetsel, dat volgens de afb. No.
70 ook door haakwerk kan vervangen worden,
op het linnen moet liggen. Aan den boven- en
aan den onderrand van de manchette, die om haar te
kunnen dichtmaken met knoopjes en knoopslussen wordt
voorzien, zet men een kantje; wil men dit haken, dan vindt men
er bij de beschrijving van het garnituur van guipure No. 68 eene
handleiding voor.
Groote anemoon van ponceau fluweel, naar fig. 66a, b en c, de
eerste, uit een laag van 6 afzonderlijke bladeren bestaande, een weinig ge-
welfd, van binnen een wit laken gedeelte naar fig. 66d, met groene meel-
draden, het naar buiten liggende knopje bestaat uit een gedeelte laken naar
fig. 67b, dat tot een bosje te zamen gevat, en met kelkbladeren naar fig.
73 voorzien wordt. ― Blauwe klok, naar fig. 65. Groote witte bloem, naar fig. 64a, b en c; de eerste
laag bladeren worden straalvormig ingegroefd, en ge-
welfd op genaaid, de tweede laag elk met een diepe groef op de verkeerde zijde, de derde laag glad, van binnen
een gedeelte naar fig. 64d van ponceau fluweel en groene
meeldraden. Voor de bloesems en knoppen die hier ver-
scheidene malen in voorkomen, kan men de kleuren
naar welgevallen nemen. De van laken geknipte bladeren
zijn op de afb. duidelijk te onderscheiden en men kan
voor eerstgenoemde de knippatronen gemakkelijk naar
de afbeelding vervaardigen.
Kragen en mouwen.
Afb. No. 42―75.
Door de gravuren in dit nummer van de vele fraaie
lingeriën, worden onze lezeressen niet alleen op de hoogte
gehouden omtrent hetgeen de mode in dit genre in den laatsten
tijd heeft voortgebracht, maar tevens in de gelegenheid gesteld, zelve
het een of ander lief artikel voor haar toilet te vervaardigen. Het zooge-
naamde fatsoen “van
Dijk” valt tegenwoor-dig het meest in den smaak; het heeft van
voren spitstoeloopende
punten, die op veelvul-
dige wijzen versierd
worden.
Kraag en mouw “à carrés brodés.”
Afb. No. 42, 43, 65 en 68. Knippatr., voorz. v. h.
Supplem. No. X, Fig. 33 en 34.
Ten einde het lieve garnituur van den kraag No. 42 zoo
duidelijk mogelijk te doen zien, hebben wij hem een weinig
grooter als de overige kragen doen uitteekenen. Ons model
is uit guipure en kleine geborduurde ruiten samengesteld.
Hoewel guipure kant zeer in de mode is, zoo geven wij
nogtans, om bij het vervaardigen der lingeriën een ruimer
keus te hebben, twee patronen om deze kant door haak- of knoopwerk na te bootsen; afb. No. 65 geeft ge-
borduurde ruiten, in vereeniging met guipure knoopwerk, No. 68 dezelfde ruiten met haakwerk te zien. Men
kan den kraag naar verkiezing aan een onderchemiset naaien of hem zooals op de gravure, eenvoudig met een
recht boordje voorzien; men vindt het knippatroon, de wijze van samen-
stelling, en twee verschillende borduurpatronen voor de ruiten fig. 33.
De beschrijving van de hierbovenvermelde nage-
bootste guipure maakt eene meer uitvoe-
rige aanwijzing overbodig. De manchette
afb. No. 43, welke bij dezen kraag behoort
bestaat uit fijn linnen
(dubbel genomen),
waar het garnituur
van onderen en aan
de eene dwarszijde aan wordt gezet.
Fig. 34 geeft
het knippatroon en de wijze van samenstel-
ling van de manchette aan.
Kraag en manchette “à rosettes.”
Afb. No. 44, 45, 62―64 en 70. Knippatr.,
voorz. v. h. Supplem. No. VIII, Fig. 29 en 30.
Deze kraag van fijn dubbel linnen is in de hoeken
van voren met twee rozetten, en om den buitenrand
met een guipure kantje 1 d. breed versierd. Fig. 29
geeft de helft van den kraag. De rozetten kunnen
ook door fijn haakwerk worden nagebootst, waar-
voor men op bladz. 79 geschikte modellen vindt, en
wel No. 64 voor de grootste, No. 62 voor de klein-
ste, anders vormt men die van de drie eerste toeren
van de rozet No. 63. Voor de onderchemisette waar
de kraag aan wordt gezet, kan men het knippatroon
van de chemisette voor den kraag “à barettes,” fig.
54 en 55 nemen.
Afb. No. 45. Het garnituur van deze manchette
is in overeenstemming met dat van den kraag. Men
kan haar over een nauwe mouw van het kleedje dra-
gen of ook aan een batisten ondermouw zetten. Naar
Kraag en manchette “étoile.”
Afb. No. 46 en 47. Knippatroon, voorz. v. h. Supplem.
No. VI, Fig. 25 en 26.
Deze kraag onderscheidt zich door den eenigszins hol geknipten
vorm van de omgeslagen punten. Hij wordt naar fig. 25 uit dubbel
linnen geknipt, langs den buitenrand stikt men er tweemaal een eind
koord in, en daartusschen als ook in de hoeken aan den voorkant een
borduursel uit kleine sterretjes bestaande, waarvan de blaadjes met
wit katoen dik geborduurd, en met zwarte zijde met den point russe omnaaid worden. De voorste punten worden langs de ge-
stipte lijn op fig. 25 omgeslagen; hierop moet men natuurlijk bij
het borduren en het leggen der rijen stiksteken letten.
Fig. 26 geeft de helft voor het fatsoen van de manchette, op
welk knippatroon ook het borduursel, het ingenaaide koord en
de knoopsgaten zijn voorgeteekend.
Kraag en manchette met geborduurde
punten.
Afb. No. 48, 49 en 74. Knippatr., voorz. v. h. Supplem.
No. V, Fig. 22 en 24.
Dit fraaie garnituur is inzonderheid voor jonge meisjes
geschikt; het voornaamste sieraad bestaat in geborduurde
punten, die op een zwart of gekleurd fluweelen lint dat men er
onder legt, (afb No. 74 geeft een gedeelte van de samenstelling in
natuurlijke grootte),
zeer fraai uitkomen. Het borduursel op de puntjes die men naar fig. 22 uit fijn dubbel
linnen moet knippen,
kan men naar verkie-
zing naar een der
beide borduurpatronen op fig. 22 of 24 gegeven, uitvoe-
ren, vervolgens zet men den kraag aan een dubbel boord-
je en hiermede aan eene onderchemisette van neteldoek of
nansoek. In het fluweelen lint waarmede men den kraag
garneert, wordt aan de voorzijde een strik gelegd.
Voor de manchette geeft fig. 24 de helft van het
fatsoen. Als men den reep puntjes heeft vervaardigd, zet
men hem tusschen de twee lagen stof der manchette, die
aan de beide dwarszijden langs de dunne gladde lijn, met
eene rij stiksteken, en tusschen de daardoor afgedeelde
ruimten met knoopen en knoopsgaten wordt voorzien. Ein-
delijk zet men de manchette aan eene ondermouw, naar
fig. 23 vervaardigd, en legt onder de geborduurde puntjes
het fluweelen lint, waarvan de einden eveneens worden dichtgestrikt.
Kraag en manchette “Cointise.”
Afb. No. 50 en 51. Knippatr., voorz. v. h. Supplement
No. IX, Fig. 31 en 32.
Deze lingerie, hoewel zeer eenvoudig, is nog-
tans door het sierlijke garnituur zeer gedistin-
geerd, het laatste moet echter zeer
netjes en nauwkeurig worden uit-
gevoerd. Naar aanwijzing op
fig. 31 knipt men voor dit
model afzonderlijke lapjes
uit fijn dubbel linnen,
daar smalle open
gewerkte randjes doorheen loopen,
en stikt de laatste, die uit een smal
tusschenzetsel of uit een opengewerkt randje
op batist of neteldoek uitgevoerd, kunnen be-
staan ―dicht langs den buitenrand van de ge-
deelten linnen vast, waarbij de stof natuurlijk naar binnen moet worden omgeslagen. Bij het knippen moet men op deze inslag rekenen. Eer
men er het open randje tusschen voegt, moet men
in het linnen de hoeken van den kraag vormen, door
er een plooitje in te naaien. Om den buitenrand van
den kraag zet men insgelijks een reep tusschenzetsel
en daaraan eene valencienne 1 d. breed, die er een
weinig ingerimpeld aan wordt genaaid; aan den bo-
venkant naait men den kraag tusschen een recht
boordje uit eene dubbele laag stof geknipt, dat met
een knoop en een knoopsgat, om het te kunnen dicht
maken wordt voorzien. ― Voor de manchette
vindt men het garnituur in overeenstemming met
dat van den kraag, afb. No. 51, fig. 32. Wij mer-
ken echter aan, dat het open randje en de kant slechts aan de eene lange en aan de eene
dwarszijde van de manchette wordt gezet,
No. 38. Gehaakte rozet, ter versiering van linten
colliers, blousen enz.
Bijvoegsel van de Gracieuse.
No. 39. Gehaakte rozet, ter versiering van linten
colliers, blousen enz.
No. 40. Patroon van een bouquet voor application- en borduurwerk met den platten steek. Knippatroon voor de bloemen en de bladeren, keerz.
van het Supplement No. Fig. 58―80.
No. 41. Patr. van een krans voor application- en borduurwerk met den platten steek.
Knippatronen voor de bloemen en bladeren, keerz. v. h. Supplem. No. 58―80.
aan de andere
dwarszijde voor-
ziet men haat met
knoopjes; aan den boven-
rand kan de manchette omge-
slagen of de beide afgeknipte randen
tegen elkaar worden genaaid.
Kraag en manchette met kantsteken versierd.
Afb. No. 52, 53 en 71. Knippatr., voorz. v. h. Supplem. No. XI,
Fig. 35 en 36.
Het bedoelde model geeft een rij aaneen verbonden open ruiten te