Hemd voor meisjes van 8-10
jaar.
Afbeelding No. 32. Knippatr. voorz. v. h.
Suppl. No. II. Fig. 9―11.
Het hemd dat wij hiernevens (Afb. No. 32) te
zien geven wordt op den schouder toegeknoopt,
is van boven ingerimpeld en met een tusschen-
zetsel 2½ d. breed gegarneerd waaromheen nog een kantje 1 d. breed loopt. Men kan dit model zoowel van fijn linnen als van cambrie namaken. Uit de gekozen stof moet men naar Fig. 9 zoo-
wel den voor- als achterromp aaneen knippen,
de dunne lijn geeft het midden aan, waarna de
twee gedeelten aan de zijkanten van M tot aan
den rand van onderen aan elkaar worden genaaid en men in den laatsten een zoom 2 d. breed legt. Voor elke mouw die aan ons model met een ge-borduurd tusschenzetsel 2½ d. breed en met kant is gegarneerd, worden naar Fig. 10, met uit-zondering van den voorgeteekenden reep van het tusschenzetsel twee gelijke stukken geknipt, en deze daarna van M tot kruis aan elkaar genaaid.
Bij het aanzetten van het geborduurde tusschen-zetsel, wordt hierin langs het kleine gestipte
lijntje op Fig. 10, waarmede eene vouw wordt aangeduid een plooi gelegd om daarmede de punt
te kunnen vormen. Nadat de buitenrand van de mouw met kant is gegarneerd, stikt men deze in
het armsgat, waarbij M en O van de beide gedeelten op elkaar moeten sluiten. Fig. 11 geeft de
helft van het halsboordje, waarnaar men zoowel voor den voor- als den achterromp een gedeelte
aaneen uit tusschenzetsel knipt, en daarna beide stukken met kant versiert. Het boordje dat voor
den voorromp is bestemd krijgt aan elk der puntig toegeknipte einden een knoopsgat, dat voor den achterromp aan elk een knoop. Nadat de bovenrand van den romp van het midden uit tot aan kruis
is ingerimpeld, stikt men er het boordje op, waarbij Q, kruis, P en punt van de beide gedeelten
op elkaar moeten sluiten. De afgeknipte randen van het gerimpelde gedeelte worden aan de ver-
keerde zijde van het hemd met een smal schuin reepje linnen of cambrie bedekt.
Hemd voor knapen van 12 tot 14 jaar.
Afbeelding No. 33. Knippatroon: voorzijde van het Supplement
No. I. Fig. 1―8.
De voor- en achterromp van dit hemd worden uit linnen of fijne
shirting aaneen geknipt, waarbij men de helft van den romp op de
stof langs den draad toegevouwen, en het midden van den schouder,
door de lijn op Fig. 1 aangeduid op de in de dwarste toegevouwen
stof legt. Dit knippatroon geeft de helft van de wijdte van den romp.
De lijnen met een pijl geteekend moet men in eene rechte richting voortzetten totdat men de vereischte lengte heeft. Ons model is 82 d.
lang en 68 d. wijd. De voor- en achterromp worden aan de zijkanten
van F af aan elkaar genaaid, van onderen blijft er aan elke zijde een
split ongeveer 15 d. lang open, die even als de rand van
onderen smal gezoomd en met een kleinen driehoek (geer) voorzien wordt. In het midden van het voorste gedeelte van den romp knipt men in den bovenkant een split 34 d. lang
en geeft aan het eind van deze vlak langs de dubbele lijn nog een dwarsknipje. Daarna vouwt men de stof aan beide kan-
ten van de split naar de rechter zijde om, zoo breed als wij dit
voor den zoom hebben voorgeteekend, en stikt dezen met twee rijen vast waarna men er knoopen opzet en knoopsgaten inmaakt. Onder de split wordt de romp van ster uit aan beide zijden tot aan het einde van de insnijding ingerimpeld, de zoomen over elkaar heen vastgehecht, zoo dat de rechter zoom onder den linker komt, waarna men op de gemaakte in-
snijding een smal boord-je stikt, om die gedeel-
ten weder aaneen te ver-binden; een soortgelijk boordje wordt er ook aan den verkeerden kant te-gen genaaid. Op elken schouder stikt men naar
aanwijzing op h. knippatr.
een vierkanten reep lin-nen op de plaats die wij daartoe op Fig. 1 aange-ven, knipt er volgens het zelfde knippatr. het uit-snijdsel voor den hals in en zet in de insnijding die men langs de voorgetee-kende dubbele lijn van A tot B maakt het ruitje voor den schouder Fig. 2 en wel A aan A, B aan B en C aan C zoodat de dub. stof een driehoek vormt.
deren er op vast zoomt zoodat de inslagen van de naden bedekt zijn. Hierna worden al de aldus aan elkaar verbonden gedeelten naar aanwijzing op de knippatr. met zwart zijden veterband 1 d. breed geboord, en zet men op het gedeelte van den schoot ― zie de afb. ― knoopen en kwasten. De mouw
wordt nadat van elk de twee stukken van S tot
T en van U tot V aan elkaar zijn verbonden en
met soutache versierd, zoo in het armsgat genaaid
dat zij met V op V van het voorstuk valt, waar-
na men rondom het geheele jaquetje een dichtge-
plooid strookje 2 d. breed aan de eene zijde
met soutache belegd zet, en aan het uitsnijdsel
van den hals haken en oogen, om het te kunnen sluiten. De rok bestaat zooals wij hierboven reeds hebben aangemerkt uit grijs mohair, is geheel en
al gevoerd, 216 d. wijd, 36 d. lang en van bo-
ven met breede plooien voorzien. De rand van on-
deren heeft zoo als men dit op de afbeelding ziet
voorgesteld een belegsel van soutache en is met
een strook 5 d. breed van paars cachemir ge-
garneerd.
Dameshemd.
Afb. No. 30 en 31. Knippatr. voorz. v. h.
Suppl. No. III. Fig. 12―16.
Het model van dit hemd is van fijn cambrie
vervaardigd, en onderscheidt zich door een bijzonder élégant glad stuk, dat bij laag uitgesneden
kleedjes de plaats van een chemiset kan innemen. Het stuk heeft geen split, is in den vorm van
mozaiek uit kleine geborduurde en linnen ruitjes samengesteld en aan den buitenrand met eene
valencienne 1½ duim breed gegarneerd. Men moet uit de bovengenoemde stof of uit linnen den romp
van voren naar Fig. 12, den romp van achteren naar Fig. 13 knippen, waarbij men de dunne lijn
van het knippatroon, die het midden aangeeft, recht langs den draad op de dubbel toegevouwen stof legt, en de zijlijnen met een pijl geteekend in de aangegeven richting voortzet, totdat het hemd de vereischte lengte heeft. Ons model is van den schouder af gerekend 115 duim lang en 230 duim wijd waarbij men op een omslag voor een zoom 4 duim breed moet rekenen. De beide gedeelten van den
romp worden van B tot van onderen aan den rand gestikt en overgenaaid, terwijl men er van on-
deren een zoom inlegt. Hierna rimpelt men den romp van achteren van de middellijn af tot aan het
dubbele punt, de romp van voren aan beide zijden van kruis tot ster
in. De schikking van de ruiten voor het voorste gedeelte van het stuk
is op Fig. 15 met gekruiste lijnen voorgeteekend, voor het stuk van achteren en het garnituur van de mouw kan de afbeelding No. 31
in oorspronkelijke grootte tot maatstaf dienen. In plaats van gebor-
duurde ruiten, zouden vakken van guipure knoopwerk, zie de afbeel-dingen No. 21 en 24 ook een fraai effect maken. Men knipt de mouw
naar Fig. 14, echter slechts tot aan den binnenkant van de punten,
daar de buitenste omtrek door de ruiten die men er in zet, gevormd wordt. Deze ruiten worden met festonneersteken op de stof bevestigd,
anders kan men de mouw langs den binnenkant van de punten zoo-
men, en er de ruiten met een overhandschen naad, tusschen naaien.
De mouw wordt van kruis tot R aan elkaar verbonden, en dan
met R aan R, S aan S en T aan T in het hemd gezet. Als men
het voorste en het achterste gedeelte van het stuk aan elkaar heeft
genaaid, dan zet men het naar aanwijzing van de teekens en van
de letters op den romp en op de mouwen, waarna men de insla-
gen van de naden met een schuinen reep ½ d. breed, die er op
de rechter zijde wordt opgestikt, bedekt.
Wat kan de naaimachine bij soortgelijke arbeid uitnemend veel dienst bewijzen! Zij wordt dan ook hoe langer hoe meer ook hier te lande vooral bij het vervaardigen van linnengoed of onderkleêren gebruikt, hoewel men haar meest in de huisge-zinnen van welgestelde particulieren aantreft, in
Amerika zijn fabrieken van ondergoed, schoenen
enz., waar honderden ma-chines in werking zijn. Te Neuhaven woont een fabri-kant van hemden die iedere week 800 dozijn hemden
aflevert, door 400 naaima-chines gereed gemaakt. Daar er nu minder aan
werkloon wordt uitbetaald en de prijs van de grond-stoffen hetzelfde blijft, is het klaarblijkelijk dat het
voordeel eener machine ten laatste ten bate van het
groote publiek komt. Mocht elke naaister die door het werk harer handen haar brood moet verdienen in
staat worden gesteld om van eene machine gebruik te maken, dan zou hierdoor
haar lot veel verbeterd wor-
den.
158 DE GRACIEUSE. [2 September 1865. 3e Jaargang.]
No. 30. Hemd voor dames. Knippatr. voorz. v. h. Suppl. No. III. Fig. 12―16.
No. 32. Hemd voor meisjes van 8―10 jaar.
Knippatr. voorz. v. h. Supplement No. II. Fig. 9―11.
No. 31. Gedeelte v. h. garnituur voor het
dameshemd. Oorspr. grootte.
No. 33. Hemd voor knapen van 12―14 jaar.
Knippatr. voorz. v. h. Supplement No. I. Fig. 1―8.
No. 34. Werkstander met borduurwerk in application. Verkleind. Knippatr. v. d. zak: keerz. v. h. Supplem. No. XIII. Fig. 50.