DE ONTDEKKING VAN DE HEMELSBLAAUWE GROT. 73
linker; eveneens was hat gesteld met hare voeten. Overigens had hare gestalte niets gebrekkigs, noch haar gelaat iets afzigte-lijks: zij was alleen zeer vreemd en zonderling.
Ziedaar het portret der vrouw welke men spottende NICÉ had genoemd, een naam in de Italiaansche poezie gelijk staande met dien van IRIS, PHILIS, AMARANTHE, enz.
Een geheimzinnig gefluit klonk buiten. NICÉ keek door eene reet en zeide stilletjes:
“Zijt gij daar GAëTAN? Zijt gij alleen?”
“Ach ja!” antwoordde GAëTAN.
“Wat scheelt er toch arme jongen?” hernam NICE, haas- tig de voorwerpen verwijderende welke haar dienden om den ingang harer kamer te verbergen; “wat zijn uwe stem en gelaat neerslagtig? Heeft uw huwelijk uwe verwachting teleurgesteld? Zijt gij niet gelukkig met CYPRIENNE?”
“Mijn huwelijk is afgesprongen . . . of liever ik heb reden te vreezen dat dit gebeuren zal. O, tante, wat heb ik een verdriet gehad, sedert ik u het laatst bezocht!”
GAëTAN vertelde wat er op den feestdag was voorgevallen; toen hij tot het sterven van AGATHA gekomen was, vervolgde hij:
“Sedert die ongelukkige gebeurtenis is JOZEF de voogd van CYPRIENNE geworden en hoewel AGATHA bepaaldelijk en her-haalde malen haar plan om mij hare dochter te geven, heeft geopenbaard; hoewel zij zelfs op het oogenblik van haar sterven haren wil op nieuw bevestigd heeft, weigert JOZEF daarin toe te stemmen; hij beweert dat AGATHAÞs verstand, toen zij volhield mij tot haren schoonzoon te kiezen, reeds beneveld was door de kwaal waaraan zij gestorven is, en zonder acht te slaan op het verdriet dat CYPRIENNE gevoelt over haar jongst verlies, houdt hij bij haar aan om haar over te halen tot een huwelijk met zijnen zoon. Het arme meisje wil, zoowel uit liefde jegens mij, als uit eerbied voor hare moeder niets van dit huwelijk hooren en zegt: dat zij in een klooster zal gaan. . . .”
“Wendt u tot het geregt; de wil van AGATHA is allen be- kend, gij hebt het regt op de vervulling harer belofte aan te dringen.”
“Helaas, dat is zoo zeker niet, JOZEF was de broeder van