De Gracieuse 1863 | Page 78

70 DE ONTDEKKING VAN DE HEMELSBLAAUWE GROT.

zelfs die der vreugde in gevorderden leeftijd gevaarlijk is. Zij liepen hunne moeder te gemoet en haalden haar over om niet-tegenstaande hare vermoeijenis eene hoogte te beklimmen, van waar men de geheele uitgestrektheid gronds welke haar nu toe-behoorde, kon overzien.

“Lieve moeder,” zeide CYPRIENNE, “bezie alles wat u om- ringt eens terdege, zeg ons eens of gij zoudt willen wonen in dat lieve tuinhuisje, dat gij ginds ziet; onder de schaduw de- zer boomen spinnen, uwe siesta op deze zodenbank houden en des avonds in deze fraaije oranje-laan wandelen?”

“Zeker zou ik dat; maar waartoe dient het daaraan te den- ken, zoo niet om mij te herinneren dat dit alles niet voor mij bestemd is?”

“Gij vergist u,” hernam CYPRIENNE, vrolijk “dit alles is het uwe. Het lot dat gij genomen hebt, is, de Hemel zij daarvoor gedankt, goed geweest. Gij kunt hier bevelen.”

AGATHA verbleekte en viel bijna neder op de stoel welke men haar had aangeboden. In plaats van hare vreugde luide te uiten, teekende haar uiterlijk hevige ontroering; haar ligchaam beefde hevig: – “Is dit wel waar?” fluisterde zij, “droom ik niet? Zou ik, die zoo dikwijls broodsgebrek leed, zoo rijk zijn geworden?”

“Geloof mij, lieve moeder, het is geen droom.”

“O, meisje, dan zult gij gelukkig zijn en nooit de ellende verduren die ik geleden heb! En u, goede GAëTAN, zullen wij kunnen vergoeden wat gij voor ons deedt.”

“Hoe, zuster,” zeide JOZEF verwonderd, “denkt gij er nog aan uwe dochter aan GAëTAN ten huwelijk te geven?”

“Of ik er aan denk? Wel meer dan ooit.”

“Het komt mij echter voor dat CYPRIENNE in hare tegen-woordige omstandigheden eene beter partij zou kunnen krijgen en mijn zoon is rijk genoeg. . . .”

“Zwager, ik weet niet of gij en uw zoon vermogen bezit; zoolang ik arm was, heb ik dit niet kunnen bespeuren; nu deelt gij het mij mede, maar het is te laat. GAëTAN heeft zich altijd herinnerd dat mijn man de vriend zijns vaders was; toen ik we-duwe werd heeft GAëTAN ons duizenderlei diensten bewezen, hij