De Gracieuse 1863 | Page 77

DE ONTDEKKING VAN DE HEMELSBLAAUWE GROT. 69

in staat was mij tegen onderdrukking te verdedigen en dat ik zelfs mijne krachten aanwendde om degenen, die haar kwelden te straffen, is zij, ik weet niet waarheen, gevlugt en slechts eens in de maand, wanneer ik haar breng wat zij mij de vorige maand gevraagd heeft, zie ik haar: Tot nu toe heeft zij die leefwijze kunnen verdragen, want zij is nog in de kracht des levens; maar als de ouderdom komt met zwakheid en ziekelijk-heid, hoop ik mijn tante over te halen bij mij te komen. Ik weet wel CYPRIENNE dat zij van uwe zijde de behandeling die haar zoo ongezellig gemaakt heeft niet zou te lijden hebben.”

“O, wat dat betreft, neen! En daar gij denkt dat zij zich gaarne in de rotsen zou ophouden, zullen wij een gemakkelijken weg aanleggen, welke vandaar naar het huisje leidt dat ons ter woning zal strekken; wij zullen dien aan beide zijden met wijngaarden beplanten opdat NICÉ zich ongezien uit hare woning naar de onze kan begeven. . . . . Maar van ons huisje sprekende valt het mij in dat wij vergeten te gaan zien of alles gereed is voor het feest dat wij moeder ter verwelkoming op hare nieuwe bezitting, bereidden.”

Op hetzelfde oogenblik hoorde men het geluid van castagnet-ten en eene turksche trom, geaccompagneerd door een van die liedjes, welke de Napolitaansche boerinnetjes als dansende onder het voortgaan zingen. Weldra werden hare roode, blaauwe en groene kleedje, versierd met gouden- en zilveren kanten, hare koralen en granaten halssieraden en hare fladderende linten zigtbaar aan het eind van de hoofdlaan van den tuin. Omgeven door deze vrolijke menigte naderde AGATHA leunende op den arm van haar schoonbroeder JOZEF en gevolgd door LEONARD, zoon van den laatste. Zij keek verwonderd rondom zich en scheen zich af te vragen waartoe dit feest, waarheen zij geleid werd, diende.

“Als, onze vrienden nu volgens hunne belofte het geheim maar bewaard hebben,” zeide CYPRIENNE, “en wij de eersten zijn die haar heur geluk aankondigen! Wat zal het prettig zijn te zien hoe verwonderd en verblijd zij zal wezen! Mij dunkt zoo iets zal haar twintig jaar jonger maken.”

Helaas, het arme paar vermoedde niet dat iedere ontroering