De Gracieuse 1863 | Page 73

DE DOOD VAN EEN ROODBORSTJE. 65

Die woning zoo geheel ontbloot van alle gemak of liefelijk- heid, de verlatenheid van het teedere vogeltje te midden dier hardvochtige natuur, dat alle deed mij het hart zeer en wekte duizend droevige gedachten ter wille van den arme verlatene, thans beroofd van alles wat hem vroeger het aanzijn zoo zoet had gemaakt.

Op zekeren nacht was de koude zoo doordringend geweest, dat ik hem des morgens het nest niet zag verlaten noch dien avond er weder de wijk nemen; helaas, dit deed mij vreezen voor zijn lot en niet ten onregte. Ik verzocht mijn tuinman om den boom te beklimmen en mij het nestje daaruit te brengen; dit geschiedde en de arme vogel lag er zijdelings in uitgestrekt. Zijne verkleumde pootjes waren verborgen onder de veertjes van den buik; en zoo was hij omgekomen van koude daar waar hij steeds gehoopt had het zijdeachtige dons van den moeder-lijken boezem te kunnen terugvinden. Hij was gestorven op de-zelfde plaats waar hij het leven had ontvangen en zijne wieg was ook zijn graf. Dit vroevige schouwspel, ik wil het zonder schaamte bekennen, trof mijn hart. Hoeveel andere weesjes staan er evenzeer voor bloot om dus te sterven op de plaats hunner geboorte. Het roodborstje heeft mij sints menigwerf de pligten der liefdadigheid herinnerd; en zou dit ook niet de be-doeling zijn der Voorzienigheid, wanneer zij ons die velerlei voorbeelden uit de natuur onder het oog brengt; houden ze niet alle lessen in tot ons gebruik en ons nut?

Veel menschen hebben hun Zondagskleed alle dagen aan, en dikwijls op Zondag een werkrok vol vlekken en scheuren. An-deren dragen hunnen Zondagsrok alleen op feestdagen in kerk of gezin; wie handelen het verstandigst.

Hoe zijt gij wanneer u niemand ziet?