De Gracieuse 1863 | Page 69

CONSTANCE CHORLEY. 61

lag? en toch – zou hij haar vriend worden dan moest hij weten dat zij alleen, geheel alleen in de wereld waren. Zij draalde niet meer, maar zich tot den kastelein wendende zeide zij: “onze moeder stierf reeds lang geleden, en wij hebben nu sedert kort onzen vader verloren.”

Hare stem beefde, zij zag op en ontmoette den verwonderden en onderzoekenden blik van KRIS, doch deze las in haar oog zoo veel ware smart en kommer dat hij vurig medelijden met haar kreeg en haar onbepaald geloofde; want ook hij wist niet dat DANIEL CHORLEY nog gezond was en leefde.

“Zoo, en nu denk ik dat gij uw brood zult moeten verdie- nen of in het armhuis komen?” vroeg HUMPHREY alweder even kort af, terwijl hij zijne pijp bij het vuur zat te rooken.

“Ik denk ja!” antwoordde CONSTANCE verlegen.

Jufvrouw STANDISH die dit gesprek aangehoord had en gun-stig over CONSTANCE begon te denken, vroeg haar nu: “wat kent gij zoo al meisje?”

“Heel weinig vrees ik jufvrouw, maar ik wil heel gaarne hard werken, ik ben heel sterk, want ik was nog nooit ziek.

Jufvrouw STANDISH ging heen en stond nadenkend bij het vuur. Toen riep zij LEENTJE en KRIS en lang spraken zij fluis-terend te zamen, te zacht voor CONSTANCE om iets op te van-gen, dan nu en dan een op barschen toon uitgesproken “Neen” van den vader, op de verschillende voorstellen van zijne vrouw ten opzigte van hen beide.

Eindelijk stond hij op, lei zijne pijp op den schoorsteen, en met den voet op de stoel om zijnen schoen vast te maken en den rug naar CONSTANCE gekeerd, zeide hij: “ja ik weet het niet; ik weet niet of wij doen zullen wat KRIS zegt, maar laat hen hier blijven tot morgen, dan komen zijne ouders eten en dan kunnen wij praten over hetgeen wij met hen doen zullen. Daar KRIS zegt dat hij hen bij respectabele lui gezien heeft, zoo weet ik het niet, en . . . . . neen . . . maar laat hen hier blijven.”

CONSTANCE stond op om hem te bedanken, maar hij had het vertrek reeds verlaten eer zij een woord kon vinden om zich uit te drukken.

Het vroege theeuur in “voerlui’s rust” naderde. CONSTANCE