De Gracieuse 1863 | Page 67

CONSTANCE CHORLEY. 59

uit de boomen, en strooiden in hunnen val menigen knop naar beneden, de timmerman ging voort met het zagen van zijne plank, JAAP hinkte naar den stal met een zak over de schou- ders en HUMPHREY STANDISH, zijne vrouw, LEENTJE en KRIS, die DUKE bij de hand hield, traden te zamen de keuken van “Voerlui’s rust” binnen.

XVII.

KRIS was door hetgeen hij te Lympton gehoord en van DUKE opgevangen had, eenigzins bekend met hunne geschiedenis; hij kon dus wel begrijpen dat eenige opheldering omtrent deze vreemde reizigers zeer welkom zou zijn geweest. Maar, of hij was te veel vervuld met de ondergane teleurstelling, of hij schepte een moedwillig vermaakt in de verwarring van CONSTANCE en wilde al de leugens hoorden zie zij zoude opeenstapelen om zich uit deze moeijelijkheid te redden; althans hij zweeg, en plaatste zich bij het meest verwijderde raam, nam zijn zak-mes en sneed voor DUKE die aan zijne knie stond een schuitje uit een stuk hout.

Toen zijn oom en tante de eikenpers naderden, keek hij nieuwsgierig op, en zag hoe de lange, magere gestalte er zich af liet glijden, en bevende voor hen stond.

“Blijft zitten, mijn kind, blijft zitten,” zeide jufvrouw STAN-DISH, legde de hand op haren schouder, en dwong haar te gaan zitten; “gij ziet er waarlijk nog niet uit of uwe beenen u lang zouden kunnen dragen.”

Het was het eerste vriendelijke woord, de eerste liefderijke zorg na vele lange droeve dagen, en het beeld harer moeder rees voor haren geest. Een paar minuten zat zij stil met neer-geslagen oogen, hare lange magere vingers bewogen zich werk-tuigelijk toen wendde zij haar gelaat af, en barstte in tranen uit. DUKE zag rond en keek haar vol verwondering aan, KRIS sloeg de oogen neder en werkte ijverig door, de drie regters bij de pers wisselden sprekende blikken; die tranen toch waren hun het duidelijkste bewijs dat eigen schuld hun in deze zon-derlingen toestand gebragt had.