De Gracieuse 1863 | Page 64

56 CONSTANCE CHORLEY.

toonde zich ver verheven te gevoelen boven het oordeel van het algemeen, zoo had het juist eene verkeerde uitwerking op dat publiek, want hij nam dat nu geheel tegen zich in; en toen het bord hing en daardoor aan aller beschouwing was prijs ge-geven brak er geen kreet van bewondering los zoo als hij ver-wacht had. De voorstelling die hij gekozen had was een goed-hartige, blaauwoogige voerman met paarsche wangen, in zijn hemdrok en met grijs geribde kousen aan, bij het ondergaan der zon uitrustende. In de eene hand hield hij de zweep, en in de andere een beker met schuimende ale, die hij aan den mond bragt. Hij werd ontvangen onder eene doodsche stilte, alleen verbroken door het kraken der bladeren onder de voeten der omstanders, die ze vertraden om een beter gezigt te ver-krijgen. Toen volgde er een algemeen geginnegap, dat einde- lijk losbarstte in een stortvloed van aanmerkingen, niet zeer vleijend voor den kunstenaar noch zeer geschikt om zijn ge- voel te sparen.

De belhamels waren vooral de jongens die in de boomen za-ten, en elke aanmerking werd gevolgd door een bedwongen lagchen beneden of wel door een “stilte” van de vrouwen.

“Zeg eens baas! uit welk land kom jij, daar de wegen zoo schoon zijn dat de zondagsche zon mag schijnen op je werklaarzen?”

Op deze aanmerking zag jufvrouw STANDISH rond om den beleediger te ontdekken; zij kwam te gelijkertijd naar voren en bekeek het bord met een scherpen blik, terwijl zij haar breede, dikke hand boven de oogen hield.

“Hoor eens, KRIS,” zeide zij na eenige oogenblikken, “ik vind het waarlijk prachtig en zie er geene gebreken aan, maar toch als ik u was, zou ik eene kleine verandering aan de schoenen maken. Och als men kan moet men het maar ieder naar den zin maken.”

KRIS ging onverschillig voort met fluiten. Hij zou zich graag verwijderd en zijn man aan diens lot overgelaten hebben, maar deed hij dit, dan zouden zij zeggen dat hij verslagen was. Hij bleef onbewegelijk op de ladder staan met alle attentie zijne schilderij bekijkende als of hij haar voor het eerst zag, en als of er geene kastanjeboomen in de nabijheid waren.