De Gracieuse 1863 | Page 62

54 CONSTANCE CHORLEY.

en dit gaf haar de vrijmoedigheid deze haven van rust, waar zij als door een wonder ingevoerd was, eens op te nemen.

Het was een lang laag vertrek met aan het einde een raam, dat uitzag op het stalplein. Een portret van HUMPHREY STAN-DISH in een zalmkleurig vest en eene roos in het knoopsgat, versierde den schoorsteen, en daar rondom was het mooiste en minst gebruikte tinwerk van jufvrouw STANDISH gerangschikt. Twee schoonen hammen en eene rist uijen hingen aan den zolder. Eene berookte schilderij in olieverw van den Verloren Zoon vulde de ruimte tusschen het wel voorziene buffet en de deur, die uitkwam op het roodsteenen pad waarvan wij reeds spraken.

CONSTANCE meende dat zij alleen was doch zij had het mis, want op eens ontmoette zij een paar groote zwarte oogen die haar aanstaarden. Zij behoorden aan eene kleine dienstmeid, die op de glad geschuurde doofpot gezeten, bezig was aardap-pelen te schillen, terwijl zij de kleine vreemdeling moest bewaken.

De meisjes zagen elkaâr een oogenblik zwijgend aan, toen stond de eene op, zette den bak met aardappelen neder en ver-liet het vertrek. CONSTANCE begreep dat zij iemand ging roe-pen, en beefde op het denkbeeld dat men haar zou ondervragen, nu, terwijl zij zoo zwak en zoo weinig geschikt was hare ge-dachten te verzamelen.

Het gedruisch daar buiten werd steeds luidruchtiger en woester, en, door eene kinderlijke nieuwsgierigheid gedrongen trachtte CONSTANCE zich in eene zittende houding te brengen om te zien wat er gaande was. Het gelukte haar met moeite, en geleund op haren elleboog zag zij over de geele crocussen henen uit het venster. Zij bevond zich in eenen toestand van halve bewuste-loosheid, waarin niets verbaast of treft. Zij aanschouwde een levendig dorpstafereel te midden van zulk eene liefelijke natuur als zij nog nimmer in haar kort, droevige leven zag, en eene uit-drukking van genot verhelderde hare donkere oogen. Het be-vreemdde haar evenmin dat DUKE bij de andere kinderen onder den kastanjeboom stond als dat zij daar lag in die heldere, ge-zellige, oude keuken.

Juist in dit oogenblik gebood jufvrouw STANDISH aan JAAP de ladder te halen en CONSTANCE hoorde zijne met groote spij-