De Gracieuse 1863 | Page 58

50 CONSTANCE CHORLEY.

ken-kamer; op eens keert hij zich met drift om, tot groote schrik van de kippen die heen en weder vlogen, staat stil bij jufvrouw STANDISH en LEENTJE en wijst verscheidene malen op geheimzinnige wijze met de duim over den schouder naar de be-wuste plaats.

“O groote goedheid, moeder, wat heeft hij?” riep LEENTJE, zeer bleek wordende.

“Roep dadelijk uw vader en uw neef” zeide jufvrouw STAN-DISH, terwijl zij JAAP bij den arm nam en met hem over de plaats ging. Vader en KRIS kwamen snel, de vrouwen lieten hen vooruitgaan, maar volgden toch.

“Vader wat is het, wat is er toch,” vroeg LEENTJE hem achterna loopende.

De oude STANDISH liet zijn pijp in stukken vallen en riep ver-schrikt uit: “Ach God! er liggen een paar kinderen dood op de mat.”

Een bedwongen kreet van afgrijzen liet zich hooren en allen naderden de deur. Jufvrouw STANDISH sloeg hare beide handen om den arm van haren echtgenoot en zeide al bevende: “wat zal ons nu overkomen, zijt ge zeker dat zij dood zijn? Och Heere, Heere!”

“Laat ons hen bij het keukenvuur brengen moeder, spoedig! dat zij warm worden; misschien slapen zij of zijn ze flaauw ge-vallen,” en haar lief gelaat verkreeg zulk eene treurige en zachte uitdrukking toen LEENTJE dit zeide, dat KRIS haar nog nooit zoo beminnelijk gezien had.

In dit oogenblik kwam JAAP, die niet bij de anderen had staan kijken, maar een kruiwagen gehaald had en baande zich met zijne ellebogen een weg tusschen zijnen meester en de vrouw henen en dadelijk volgde hem LEENTJE.

Deze beweging wekte den ouden STANDISH uit zijne afgetrok-kenheid. Hij greep JAAP bij den kraag van zijn kleed, duwde hem terug in het wagenhuis, versperde zijne dochter dan weg door de deur half te sluiten, leunde er tegen aan en sprak de volgende woorden tot hen:

“Wacht wat, niet te spoedig, hoort eerst eens. Ziet hier zijn twee zaken die men in het oog moet houden eer men hen aan-raakt. Zij zijn dood, of ze zijn het niet; oogenschijnlijk zijn ze