De Gracieuse 1863 | Page 49

BROODKRUIMELS. 41

den ganschen langen dag zouden hebben rondgezworven tusschen bremstruiken, beuken en berken, zich vergastende aan gras en kruid. Maar wie immer gevraagd had waarom het huis nog niet bewoond werd, zou drie vier mijlen verder gezonden zijn om het antwoord te halen. Want op dien afstand woonde de hy-potheekhouder, die het geld teruggevorderd had, en daarom het huis niet bewonen liet en de zaak was in “regtshanden” ge-komen, dus op de lange baan. Want lokomotieven trekken veel in onzen tijd, maar proces-lokomotieven zijn er nog altijd niet. De eigenzinnige bouwmeester van het huis wilde zijne toestem-ming tot bewoning niet geven; de schuldeischer zonder dat zijn kapitaal niet langer laten staan; en daarmede bleef het huis ledig, maar niet het papier en menige acte werd opgemaakt en heen en weer gezonden en de regtbank kreeg menigen ronden daalder aan kosten en verschotten. Toen echter de winter kwam en met deze de Novemberstormen, was de wind nieuwsgierig wie daar woonde, die bij dag zijne deur niet opende en des avonds geen licht ontstak.

En eens, toen de nieuwsgierigheid haren hoogsten top bereikt had, schoof de wind een paar dakpannen op zijde en zwierf door het gansche huis, en keerde, niemand vindende, op zijnen weg terug maar vergat bij zijn vertrek achter zich te sluiten, zoodat de pannen verschoven bleven. Daarna kwam de regen en gleed langs het dak naar beneden; maar aan de opening ge-komen koos hij den kortsten weg en droop op den zolder en hield daar eene lange rust; en daar niemand kwam om het water te weren, sijpelde het door den zolder in de bovenkamer, en van de bovenkamer in het woonvertrek en van daar in den kelder en nam overal op zijnen weg het bekleedsel mede van muren en vloeren en kwam als vuile modder in den kelder aan. Daarna deed de sneeuw evenzoo; spoedig lag er meer onder dan op de pannen; en toen de sneeuw smolt, vloeide het water in digte droppels overal heen van boven naar beneden en de kelder was weldra te klein voor al het water dat bevroor en de muren bedierf. En als de schoolkinderen uit de buurt voorbijgingen en in dartelen moedwil hunne sneeuwballen tegen de vensters wier-pen, zoodat de ruiten rinkinkten, dan opende zich geen enkel