De Gracieuse 1863 | Page 50

42 BROODKRUIMELS

venster, nog zag ooit iemand eene gebalde vuist daarbuiten verschijnen of hoorde een “wacht daar, ik zal het den meester zeggen en u een pak slagen bezorgen.” Met de moedwillige knapen wedijverde nu ook de wind, die spoedig eene gansche menigte pannen in de lucht wierp en door het opene dak nu eens den regen naar binnen deed stroomen dan weder gansche sneeuwbergen er ophoopte. En wie in het voorjaar het huis had willen bewonen, zou eerst weken lang aan het werk moe-ten gegaan zijn; want de planken, die voortdurend in het wa- ter hadden gestaan, begonnen reeds te rotten; het dak was ingestort, het pleisterwerk bedorven, de muren stuk gevroren. Maar het proces was in vollen gang en de regters zaten droog en goed, en vroegen niet naar het huis maar dachten alleen aan de regtskwestie, en de schuldeischer bedacht niet hoe er het huis moest uitzoen, en hoe deuren en vensters dag en nacht openstonden, want de sloten waren voor lang ver- roest. De sparren van het dak negen hoffelijk tegen elkaar en eene ferme Maartsche bui maakte die beleefdheid zoo overdre-ven, dat zij na hare buiging zich niet weder wisten op te reg- ten. Toen nu de ekster huwelijksplannen kreeg en haar nest wilde bouwen was het niet noodig veel geld aan bouwstoffen uit te geven, of verre reizen te maken om die te zoeken, – het lag voor de hand. Het stroo van de werf vloog rond en be- hoorde niemand; de musch nestelde zich met hare gewone on-beschaamdheid regt behagelijk tusschen het houtwerk dat tot beschot der kamers gediend had, of als zij aan een ruim uit- zigt de voorkeur gaf woonde zij tusschen de dwarsbalken en vond ruimte genoeg in de zwikgaten der sparren. Nu begonnen ook de herdersknapen het hout voor hunne vuren op het veld uit den jeugdigen bouwval te halen, en grootere knapen haal-den balken en sparren en – velen hebben het aanschouwd – het huis is van de aarde verdwenen, niemand kent meer zijne plaats; ja zelfs de kelderdiepten zijn met den grond gelijk ge-maakt en slechts de vos of das verheugt zich welligt over het ruime metselwerk dat hij daar beneden bewonen kan zonder dat iemand huur komt vorderen. En toen eindelijk de uitspraak kwam, waarbij den hypotheekhouder huis en erf werd toege-