De Gracieuse 1863 | Page 354

Fig. 1 van O tot P (aan den schouder) aaneen; de naad van den rug wordt van R tot het kruis aan elkander ver-bonden. De jaquette wordt rondom ge-boord en evenals de zijnaden van den rug met twee rijen soutache belegd. De beide gedeelten der mouw worden van S tot T en van U tot de ster digt genaaid. Heeft men het split aan den elleboogs-naad en den revers van dezelfde garnering

Het fond van dezen fichu is van effen neteldoek of van tulle, dat smal ge-plooid wordt en door 2 of 3 kanten entredeux omgeven is, welke door smal fluweelen lint van elkander gescheiden en afgesloten worden. De fichu wordt aan den buitenrand met kant gegarneerd, die van voren op den schouder 6 à 7 Ned. duim breed wordt genomen, maar van achteren om het pand aan-merkelijk smaller moet wezen.

Voorstuk en rug worden beiden, vol-gens Fig. 11 en 12, schuin geknipt. Op het patroon zijn de breedte va

De ceintuur waarvan Fig. 13 de voor- en Fig. 14 de achterzijde voorstelt, wordt van zwarte zijde of zwart fluweel

voorzien, dan verbindt men den revers met de mouw T aan T en punt aan punt. Bij het inzetten van de mouw in het armsgat, moet S van de mouw aan S van het voorstuk (Fig. 1) komen.

De kraag wordt rondom geboord en van twee rijen soutache voorzien; men naait hem Q aan Q en R aan R aan de uitsnijding van den hals.

den entredeux en de afstand der plooijen aagegeven. Deze laatsten beginnen bo-ven het pand, zoo als op de afbeelding zigtbaar is, maar kunnen, wanneer dit te moeijelijk geacht mogt worden, door fluweelen lint worden vervangen. Men kan de fluweelen garnering, in plaats van in zwart, in gekleurd lint nemen. De beide gedeelten van den rug worden van achteren door een naad aan elkander verbonden, waarna men voorstuk en rug van J tot K aan elkaâr naait. De hoe-veelheid kant wordt berekend op ander-half maal den omvang van den fichu.

vervaardigd en aan de linkerzijde met haken en oogen vastgemaakt. Zij wordt met zwart taf gevoerd, en heeft daar

86 HANDWERKEN EN MODES.

FICHU-POSTILLON.

Plaat LII, Fig. 10―12.

CEINTUUR MET BRETELLES (VOOR MEISJES VAN 6 TOT 8 JAAR).

Plaat LII, Fig. 13―19.