De Gracieuse 1863 | Page 355

enboven, om het spoedig rimpelen te voorkomen, eene tusschenvoering. Cein-tuur en bretelles worden rondom voor-zien van eene kant ter breedte van 1 Ned. duim, die er glad wordt om-gezet, en tevens van 2 fluweelen linten, van welke het eene het aanzetsel der kant moet bedekken.

Bij het knippen van al deze stukken rekene men, zoo wat voering als bo-venstof betreft, op een inslag. Van achteren moet het midden zonder naad wezen en de draad regt loopen; de voornaad wordt schuin genomen. Na-dat men de beide voorstukken der cein-tuur, zoowel voering als stof, naar Fig. 15, aaneen heeft genaaid, verbindt men Fig. 15 en 16 van M tot J en Fig. 16 en 17 aan de gesloten zijde van n tot g. Aan de andere zijde wordt de ceintuur door haken en oogen digt ge-maakt. Verder naait men Fig. 17 en 18 van b tot d en vervolgens den naad van L tot het kruis aaneen, en beves-tigt de plooijen aan dezen naad van

Deze smalle, van achteren hoog op-staande kraag wordt van dubbel fijn linnen vervaardigd, heeft van voren neêrgeslagen punten, is rondom gestikt, en wordt met eene valenciennes van ruim 3 Ned. duim breed omzet. Hij wordt aan eene chemisette van fijn nansouk ge-plaatst, die van voren van eene breede plooi en overigens van smalle plooijen voorzien is. De kraag wordt van voren

kruis tot punt op Fig. 18, zoodat men hierdoor twee tegen elkander liggende plooijen verkrijgt. De buitenste vouw der plooi wordt op Fig. 17 en 18 door eene lijn aangegeven. Voering en bovenstof worden rondom tegen elkander ingeslagen. Vervolgens garneert men de ceintuur. Breedte en afstand van het flu-weel zijn op Fig. 15 en 16 aangegeven.

Men voorziet de ceintuur, achter de drie zich van voren bevindende naden, van baleinen, die van de beide boven-punten schuin naar den middennaad moe-ten afloopen. Tegen deze baleinen wordt een smal zwart bandje genaaid. Van achteren worden twee baleinen geplaatst, die van de bovenpunten schuin moeten afloopen tot dáár waar zich de plooijen der taille bevinden. De bretelles worden, na gevoerd en gegarneerd te zijn, aan de binnenzijde der ceintuur bevestigd, zoodat van voren kruis aan kruis en punt aan punt van Fig. 16, en van achteren ster aan ster en punt aan punt van Fig. 17 komen.

met een knoop en knoopsgat vastge-maakt.

Men knipt het bandje van den kraag van dubbel linnen (volgens Fig. 23). Daar waar het midden is aangegeven, moet de draad regt loopen, en het bandje zonder naad, dus in zijn geheel, geno-men worden. Voor elke omgeslagen punt worden twee stukken naar Fig. 22 geknipt, die men, even als een heeren-

HANDWERKEN EN MODES. 87

KRAAG (COL-COLIN).

Plaat LII, Fig. 20, 22 en 23.