Deze kleeding bestaat uit een korten wijden rok en eene losse jaquette, die van voren open is, en onder welke eene geplooide chemisette te voorschijn komt. Zij wordt met breed en smal wollen veterband (bleu Mexique) en matgrijze hoornen knoopen gegarneerd. De rok is, volgens ons origineel, 38 Ned duim lang en 260 Ned. duim wijd, wordt van vo-ren digt geknoopt en heeft van onderen en aan beide kanten een zoom ter breedte van 5 Ned. duim, die aan de eene zijde in het midden van knoopsgaten en aan de andere zijde van knoopen voorzien is. Zoo als Plaat L, Fig. 1, aanwijst, worden aan weêrszijden van de rij knoops-gaten een 1½ Ned. duim breed veterband benevens twee smalle veterbandjes of soutache gelegd; aan eene zijde echter moeten de smalle bandjes op het voorste gedeelte, achter de knoopen, worden geplaatst.
Van onderen heeft de rok dezelfde gar-nering. Van boven wordt hij, uitgenomen den zoom van voren, in 5 of 6 driedub-bele stolpplooijen verdeeld. Op het vlak der drie of vier achterste van deze plooijen wordt, volgens plaat L, Fig. 2, eene garnering van breed en smal veterband aangebragt, die van onderen door 3 knoopjes wordt afgesloten en in het ge-heel 16 Ned. duim lang is. De rok wordt van boven aan een breeden, 60 Ned. duim langen band gezet, waarop men later de ceintuur bevestigt, die 6 Ned. duim breed is, met veterband ge-
garneerd en door twee knoopen aan de voorzijde vastgemaakt wordt. Voor de Margaretha-tasch, die van voren, volgens Plaat L, Fig. 1, aan de ceintuur be-vestigd is, knipt men, naar Plaat LII, Fig. 8, twee geheele stukken, terwijl het derde gedeelte der tasch, of de re-vers, volgens aanwijzing geknipt wordt. De beide gedeelten der tasch worden te zamen genomen en met het breede ve-terband geboord. Aan het bovengedeelte der tasch worden nog twee rijen sou-tache aangebragt. De revers wordt af-zonderlijk geboord en op het bovenge-deelte van de tasch bevestigd, zoo als de plaat aantoont. De banden der tasch zijn 10 Ned. duim lang en 3 breed; zij worden met veterband geboord en, nadat er eene regte rij soutache langs is geplaatst, aan de tasch gehecht.
De jaquette, van welke wij het pa-troon (Fig. 1 tot 7) geven, heeft dezelfde garnering als de rok. Men knipt elk dezer patronen twee maal, uitgenomen den kraag en den revers van de mouw, welke laatste 2 maal voor elke mouw, dus 4 maal, volgens Fig. 6 geknipt moet worden; terwijl men den kraag, naar Fig. 7, in zijn geheel, dus zonder naad, neemt.
Het in elkander zetten van de af-zonderlijke deelen der jaquette wordt overeenkomstig de letters verrigt; men naait derhalve met stiknaden Fig. 1 en 2 van K tot L, Fig. 2 en 3 van M tot N, en de beide laatste deelen aan
HANDWERKEN EN MODES. 85
KINDERKLEEDING VAN GRIJS ENGELSCH LEDER (VOOR EEN MEISJE VAN 4 TOT 6 JAAR).
Plaat L, Fig. 1 en 2, en Plaat LII, Fig. 1 tot 8.