De Gracieuse 1863 | Page 352

Daar de kanten tusschenzetsels voor japonnen, barbes enz. zeer is zwang zijn, bieden wij hier een zeer geschikt patroon ter vervaardiging aan. Men neemt zwarte bandtulle, en wel zooge-naamde patent-tulle, die de zijden tulle zeer nabij komt, maar steviger en dus beter voor de nabootsing van kant geschikt is. Men doorrijgt met witte naai-zijde al de omtrekken van het patroon, die door dikke witte lijnen zijn aange-geven, en doorstopt de bladen en bloe-men met dezelfde zijde totdat ze gevuld zijn, zoo als dit door de afbeelding duidelijk wordt gemaakt.

Het roseau-patroon binnen den slin-gerrand wordt door een kantsteek met zeer fijne zwarte zijde bewerkt, welke bearbeiding wij met behulp der af-beelding (Fig. 13) zullen beschrijven. De plaat stelt, ofschoon vergroot, een stuk van den tulle-grond voor, en geeft daarop met nommers de rigting en volg-orde aan, die bij het doorsteken der draden in acht genomen moeten worden. Bij de voorstelling dezer bewerking is de breedte van dezen roseauband niet bepaald aangegeven, daar het meer bij-zonder de bedoeling is de uitvoering van dezen kantsteek te verklaren. Men hecht den draad, waarmede men gaat werken, digt bij de tulle-opening die met 1 aan-

geteekend is; daarna steekt men door 1 in, door 2 uit, door 3 in, door 4 uit; bij elken steek de tulle eenigzins zamen trekkende; vervolgens steekt men door 2 in, door 5 uit, door 4 in, door 6 uit, door 5 in, door 7 uit, door 6 in, door 8 uit. De gaten die door nommers zijn aangeduid, maakt men door middel van een priem een weinig wij-der, zorg dragende dat de doorgehaalde draden niet rimpelen maar vlak blijven liggen. De volgende rij wordt terug-gaande gewerkt, waarbij men, zonder den draad af te knippen, weder door 9 in- en door 10 uitgaat, door 8 in, door 6 uit, door 10 in, door 11 uit, door 6 in, door 4 uit, door 11 in, door 12 uit, door 4 in, door 3 uit, door 12 in, door 13 uit en zoo voort.

Men kan dezen kantsteek zoowel in eene regte als in eene schuine rigting op de tulle werken. Ook is het niet ondoelmatig eerst den kantsteek en daarna het overige van het patroon uit te voe-ren. Daar de kantsteek in dit patroon slingerend loopt, moet men nu eens in lange en dan in korte rijen werken, en bij het overgaan van de eene tot de andere rij den draad aan den buitenrand van den slingerrand doorhalen om de volgende plaats te bereiken.

84 HANDWERKEN EN MODES.

KANTEN TUSSCHENZETSEL.

Plaat LI, Fig. 12 en 13.