Haakgaren No. 50; vierdraads struts-breikatoen No. 14; naalden No. 9.
Deze deken bestaat uit digte gebreide ruiten van grof katoen en uit opene rozetten van haakgaren, die met een katoenen rand omgeven zijn, en, met de ruiten ineen gezet, een achthoekigen vorm verkrijgen. Aan den buitensten rand van den deken haakte men een toer gaatjes, waarin franje wordt ge-knoopt.
Men breidt de rozet van het midden af, zet 6 steken op, verdeelt ze op 3 naalden en verbindt ze tot eene ronding.
1ste en 2de toer. Regt.
3de toer. Omslaan, 1 regt; herhaal dit 5 maal.
4de toer. Regt.
5de toer. Omslaan, 2 regt; herhaal dit 5 maal.
6de en 7de toer. Regt.
8ste toer. Omslaan, 1 regt; zoo de toer rond.
9de―11de toer. Regt.
12de toer. Als de 8ste toer.
13de―16de toer. Regt. Men verdeelt de steken nu op 4 naalden, zijnde 18 steken op elke naald.
17de toer. Omslaan, 9 regt; herhaal dit 7 maal bij dezen en elken verderen toer van het patroon.
18de toer. Regt.
(Wij zullen verder alleen de toeren beschrijven waaruit het patroon bestaat, daar er om den anderen een toer regt gebreid wordt.)
19de toer. Omslaan, 1 regt, omslaan, 9 regt.
21ste toer. Omslaan, 1 regt, omslaan, minderen, omslaan, 3 regt, 3 steken te zamen breijen, 3 regt.
23ste toer. Omslaan, 1 regt, * om-slaan, minderen *, herhaal van * tot * nog eens, dan omslaan, 2 regt, min-deren, 3 regt.
25ste toer. Omslaan, 1 regt, * om-slaan, minderen *, herhaal van * tot * 2 maal, dan omslaan, 2 regt, min-deren, 2 regt.
27ste toer. Omslaan, 1 regt, * om-slaan, minderen *, herhaal van * tot * 3 maal, daarna omslaan, 1 regt, minderen, 2 regt.
29ste toer. Omslaan, 1 regt, * om-slaan, minderen *, herhaal van * tot * 4 maal; omslaan, 1 regt, minderen, 1 regt.
31ste toer. Omslaan, 1 regt, * om-slaan, minderen *, herhaal van * tot * 5 maal; omslaan, 3 steken te zamen breijen.
De 32ste en 33ste toer worden regt gebreid. Neem dan het grove katoen en breid op dezelfde naalden 5 toeren regt, maar aan de verkeerde zijde, zoodat het verhevene van den rand aan de regte zijde komt; kant daarna af.
Met dezelfden naalden en hetzelfde ka-toen maakt men de ruit. Men zet hier-voor 64 steken op (welke den buitensten omvang der ruit vormen), en werkt dus, van buiten naar binnen, afwisselend regte en averegtsche strepen van 4 toe-
50 HANDWERKEN EN MODES.
DEKEN.
Plaat XLII. (Breiwerk).