De Gracieuse 1863 | Page 317

vaste steek (zoodat men den steek achter de stokjes weder onbewerkt laat) en 1 stokje op den onbewerkt gebleven steek van den 11den toer *. Herhaal van * tot * den geheelen toer.

15de toer. Als de 13de toer.

16de toer. Witte wol. 1 vaste steek op den 1sten steek, * 1 stokje op den onbewerkten steek van den 14den toer; 3 vaste steken op de 3 vaste steken van den 15den toer, welke zuch tusschen de moesjes bevinden *; herhaal van * tot * den geheelen toer.

17de toer. Vaste steken.

18de toer. 2 kettingsteken, in den 3den steek gestoken 2 stokjes; 2 ket-tingsteken, in denzelfden steek gestoken 2 stokjes; 2 kettingsteken, in den 3den steek gestoken 1 vaste steek.

19de en 20ste toer. Als de 6de toer.

21ste toer. Paarse wol. De draad wordt aan de 2 kettingsteken tusschen de 4 stokjes bevestigd. 1 vaste steek, * 8 kettingsteken, 1 vaste steek in de ope-ning tusschen de volgende 4 stokjes *; herhaal van * tot * den geheelen toer.

22ste en 23ste toer. Vaste steken.

24ste toer. Witte wol. Als de 12de toer. (Bij dezen toer worden dus de moes-jes in den 22sten toer gewerkt.)

25ste toer. Als de 13de toer.

26ste toer. Als de 14de toer. De moesjes worden op den 24sten toer gewerkt.

27ste toer. Als de 15de toer.

28ste toer. Paarse wol. Als de 16de toer.

29ste, 30ste en 31ste toer. Vaste steken.

Om het nu voltooide kussen wordt eene franje gehaakt van de beide kleu-ren. Ofschoon wij de bewerking dezer franje reeds in No. 7 hebben opgege-ven, zullen zij haar, omdat zij thans eene kleine verandering ondergaat, hier nogmaals beschrijven.

Franje.

1ste rij. Paarse wol. 36 kettingsteken, in den 1sten steek gestoken 1 vaste steek, zoodat hierdoor een slinger ontstaat. Zoo gaat men voort totdat de franje lang genoeg is om rondom het kussen gezet te worden, telkens 36 kettingsteken, in den 1sten daarvan 1 vaste steek.

2de rij. Witte wol. 28 kettingsteken en (even als bij de 1ste rij) in den 1sten steek 1 vaste steek, totdat men de noodige lengte bekomen heeft. Leg nu de beide rijen slingers op elkander; steek dan in den vasten steek van elke rij en haak 1 halven vasten steek, zoo-dat daardoor de rijen aan elkander ver-bonden zijn. Om het omkrullen der franje te beletten, steekt men een latje door de slingers, houdt haar boven den wasem van kokend water totdat zij goed doortrokken is, en laat haar ver-volgens droogen.

Vervaardig nu van wit katoen een met zemelen en Iris-poeder gevuld kus-sen; overtrek het met wit satijn; naai vervolgens de gehaakte rondte op het kussen; hecht er de franje aan, en zet er, om het naaisel te bedekken, een dun koordje van dezelfde kleuren op.

HANDWERKEN EN MODES. 49