ren breed. Eerst breidt men 1 toer regt; dan keert men het werk om en breidt aan de verkeerde zijde 4 toeren regt. Bij den aanvang van den 1sten dezer 4 toeren slaat men den draad om de naald, die zich aan de regterhand be-vindt, terwijl men aan het einde van dezen toer den achter den steek omge-slagen draad met den steek te zamen breidt. Bij den 3den dezer 4 toeren mindert men bij elke naald de 2 eerste en de 2 laatste steken, en wel de 2 laatste steken van elke naald verdraaid. Men mindert dus in dezen toer 8 maal.
Na het breijen van den 4den toer keert men het werk weder op dezelfde wijze om, en breidt nu aan de regte zijde weder 4 toeren regt, waarbij men 2 maal mindert, zoodat er in deze streep 16 steken worden geminderd. Vervolgens
Fijn wit Java-gaas en gekleurde ze-phir-wol.
Wij wenschen onze lezeressen op deze stof bijzonder opmerkzaam te maken, daar zij zoowel met den kruissteek als in point Russe gewerkt kan wor-den, en voor verschillende zaken, zoo als spreijen, tafelkleeden, antimacassers enz., geschikt is.
Daar de grond wit is, bezigt men veelal blaauwe of rose wol, omdat deze zich het best laat wasschen. Met den kruissteek bewerkt, neemt men meest eenvoudige patronen, die voor het door-
keert men het werk op nieuw om, en breidt nu de 4 toeren even als de voor-gaande. Met de alsdan volgende 4 toe-ren regt, die weder aan de regte zijde gewerkt worden, is het vierkant vol-tooid, nadat door de 8 steken welke nu nog op de naalden zijn gebleven, een draad is gehaald, waarmede de ste-ken bijeen getrokken en afgehecht wor-den.
Na een genoegzaam aantal rozetten en ruiten vervaardigd te hebben, naait men ze aan de verkeerde zijde, volgens de afbeelding, aan elkander. Aan de 4 buitenzijden van den deken werkt men 1 toer met 1 kettingsteek en 1 stokje, en knoopt daaraan, van het katoen waar-mede de ruiten gebreid zijn, eene franje van 4 draden dik, en wat de lengte betreft naar verkiezing.
stoppen gebruikt worden, en werkt dan 2 dubbele draden in de hoogte en breedte. Bij kleine servetten maakt men boven de franje een smallen arabesken- of Griek-schen rand en parsemeeert het werk verder met kleine figuren, hetzij sterren of moesjes. De franje wordt van dezelfde stof vervaardigd, door het uithalen van draden aan de kanten, en kan dus naar goedvinden breeder of smaller genomen worden. Om na het uithalen der franje het uitzakken der draden te beletten, werke men eerst eene rij kruisjes over 2 dubbele draden heen, tusschen elk kruisje 2 dubbele draden onbewerkt la-
HANDWERKEN EN MODES. 51
DÉJEUNER-SERVET.
Plaat XLIII, Fig. 9. (Borduurwerk).