De Gracieuse 1863 | Page 313

MODES.

De mode is eene godin, wier wetten men niet straffeloos kan miskennen en verwerpen; en toch, lieve lezeressen, waar zij al te willekeurig wil handelen, te veel den spot drijven met het gezond verstand, te onpractisch zijn in één woord, laat ons daar met vereende krachten haar het hoofd bieden en ― zij zal moeten toegeven.

Die oproetige toespraak schreven wij neder met het oog op de overlange japons, totaal ongeschikt voor ons klimaat en onze wegen, alleen te gebruiken in salons en voor wie van daar naar de haar wachtende equipage treedt: ’t is waar dame Mode heeft dit bezwaar willen te gemoet komen door de vrijheid te geven tot trousseren waarop dan een sierlijk bewerkte rok te voorschijn komt; maar, ik bid u, is dat geen hors d’oeu- vre? geen achteruitgang? ― want op die wijs zullen wij lang-zamerhand den style Pompadour terugkrijgen: opgenomen rokken, hooge hakken en gepoederde hoofden. Een en ander is zeer aardig om te zien op prenten, op het tooneel of op een bal travesti, maar wij rekenen op de degelijkheid onzer tijdge-nooten en verwachten dat haar eenparig anathema die non-sense zal blijven weren. En nu tot ons gewoon gekeuvel.

In alle stoffen, meer of min kostbaar, heeft men dit jaar, bijna zonder uitzondering, die zekere neutraal tinten gekozen, die bekend zijn onder de benamingen van: Havanna, Russisch leder, hazelbruin saumon, enz. De stoffen zijn effen of met zeer kleine patronen: de garneersels neemt men minder hoekig (nier meer Grieksch, ’t welk nu alleen nog wordt gebruikt voor bovenrokken). De lijven der japonnen zijn of rond van voren met twee kleine punten en van achteren met eene soort van slip, die ook wel in drieën gespleten wordt: dit lijf noemt men corsage postillon, en het kleedt jonge lieden met een slank figuurtje regt goed. De mouwen krijgen al meer den sluitenden vorm als die der heeren en zijn ook bijna even lang: alleen men knipt ze veelal van onder een weinig in en gebruikt epau-lettes of schoudergarneersels, die als het overige, als lijf en rok met fluweel-zijden lint of iets anders belegd worden. Alpaea en piqué garneert men liefst in point Russe, zijnde fijne zwarte wol: het patroon imiteert Malteser kant.

Jonge meisjes dragen in Parijs hare lichte zomerjapons met lage lijven en korte mouwen en daarover wit neteldoeksche fichus: een alleraardigst toiletje voor zomeravonden, concerts of pic-nic-partijtjes.

Kleine jongens van drie tot zes jaren dragen een buisje en rokje van halflaken, grijs of licht bruin, in vorm en garneersel veel overeenkomst hebbende met het Zouaven-fatsoen.