rondom het mutsje ligt, een veterbandje en zet een bandje van onderen aan de beide hoekjes.
VI.
Ondermutsje.
(Breiwerk.)
Vierdraads strutsbeidkatoen, No. 22; naalden No. 5.
Ster.
Men zet met dubbel katoen 8 steken op, en verbindt deze tot eene rondte.
1ste toer. Regt.
2de toer. Omslaan, 1 regt. Zoo den geheelen toer.
3de toer. Regt.
4de toer. Omslaan, 2 regt; dan we-der een toer regt; vervolgens een toer omslaan, 3 regt. Zoo gaat men voort, beurtelings een toer regt, en een toer meerderende, totdat men een toer met omslaan en 19 regt gebreid heeft, waarna men 3 toeren regt breidt.
Dan 2 toeren averegts; 1 toer regt; 1 toer omslaan, overhalen, 1 regt; voorts 1 toer regt en 2 toeren averegts, waarmede de ster af is, en aan de pas begonnen wordt.
Pas.
Hiervoor breidt men eerst 2 toeren regt, waarna de naatjes gezet worden als volgt: 2 averegts, 18 regt; herhaal dit 7 maal; breidt dan denzelfden toer nog eens, en weder twee toeren ge-
heel regt; herhaal deze laatste 4 toeren 4 maal.
Vervolgens 2 averegts, 12 regt; dan kant men voor den nek 54 steken af, en breidt verder den toer uit; doch nu wordt het mutsje heen en weder gebreid (men zorge vooral dat de streepjes van regte en averegtsche steken goed volgen); dan 1 toer averegts, 1 toer regt; welke aldus gebreid wordt: 3 regt, overhalen, dan den toer tot op 5 steken na uit-breijen, waarna men mindert en de 3 overgeblevene steken regt breidt; nu weder 1 toer averegts. Deze laatste toe-ren worden 9 maal herhaald; eindelijk nog 1 toer regt, waarbij men ook aan het begin en einde mindert.
Het ondermutsje zoover gereed zijnde, wordt er nog een randje van 6 toeren averegts geheel in de rondte gebreid. Bij den eersten toer hiervan neemt men de 12 lussen, die op den zijkant zijn, als steken op, als ook de 54 afgekante steken van den nek en de 12 lussen aan den anderen zijkant. De eerste en de laatste lus welke men aan den nek heeft opgenomen (namelijk de 1ste en de 54ste), worden bij de 6 toeren ave-regts, welke nu nog gebreid moeten worden, telkens om den anderen toer, aan beide zijden van den steek, door één steek vermeerderd, zoodat hierdoor bij den 6den toer, aan elke zijde van het mutsje een schuin hoekje van 7 steken gevormd is; dan wordt het mutsje afgekant en aan de schuine hoekjes worden bandjes gezet.
44 HANDWERKEN EN MODES.