Het garnituur, dat door de afbeelding wordt voorgesteld, is geheel van gewone bohemer kralen geregen, waarvoor men deze zoo gelijk mogelijk uitzoekt. Het bestaat uit eenen mazaïkband van 8 kra-len breed, die, zoo als reeds bekend is, op dik koord wordt geregen. De garne-ring aan de buitenkanten van dezen rand
welke op den rand over elkander liggen, zijn op de afbeelding zere duidelijk aan-gewezen, als ook nog een gedeelte van den masaïkrand zonder slingers, om aan te wijzen op welke reeken de slingers gewerkt moeten worden. Voor elken slinger rijgt men 7 kralen aan, slaat 2 naast elkander liggende kralen van den rand over, steekt den draad door
worden zoo gemaakt, dat men eerst 3 en op deze nog 2 kralen aan de reeds gewerkte band rijgt. Doch aan den on-dersten kant van den masaikrand waar men de 3 kralen aanrijgt, moet tusschen elke 3 kralen één onbewerkt blijven, door welke de uit 7 kralen geregen bo-gen gewerkt worden. De reeken slingers
den 4den kraal en haalt hem door den 3den kraal terug; zoodat, wanneer men den volgenden slinger op dezelfde wijze werkt, altijd den eenen slinger over den ande-ren ligt. De onderste toer slingers werkt men door den ondersten reek van den masaikrand tusschen de 3 kralen in, zoo als de afbeelding aanduidt.
6 HANDWERKEN EN MODES.
KRALEN-GARNITUUR VOOR EEN LAMPEKLEED.