ger worden er van onderen eenen kwast, tusschen de punten van de lambrequin eenen kralen-slinger en van boven 5 kooreden aangeregen, welke aan eenen ring bevestigd worden. Daar op plaat XXVI alles zeer duidelijk is voorgesteld, achten wij eene verdere beschrijving hier-
(Guimpensteek).
5 lood roode en 2 lood witte sephir-wol, haaknaald No. 20.
De steek waarmede dit kussen gewerkt wordt heet de Guimpensteek en wordt van eene zijde gehaakt.
Men zet hiervoor met de roode wol 50 kettingsteken op.
1ste toer. De eerste steek is een ge-wone vaste steek; * voor de volgende steek, haalt men den draad weder door dien zelfden steek, waar men de vaste steek reeds ingewerkt heeft; dan haalt men den draad door de volgende steek van het opzetsel, zoodat er nu drie steken op de naald zijn; men slaat den draad om de naald en haalt hem nu door de drie steken welke men op de naald heeft, even als bij eenen vasten steek * herhaal van * tot * de geheele toer.
2de toer. 1 vaste steek op den eersten vasten steek, doch men steekt hierbij in den voorsten lus van den steek in; * voor de volgende steek, haalt men den draad door de beide lussen van dien
van overbodig en verwijzen wij dus onze lezeressen naar de plaat zelve.
De lange kralen hierin gebruikt kun-nen even goed door gewone kralen vervangen worden, daar het dikwijls moeijelijk is, lange en gewone kra- len van dezelfde kleur te krijgen.
zelfden steek, waar de vaste steek in gewerkt is; dan haalt men den draad door de voorste lus van de volgende steek, slaat den draad om de naald en haalt hem weder door de drie steken heen, zoodat men hierdoor weder een steek op de naald heeft gehouden *, herhaal van * tot * de geheele toer.
Even als den tweeden toer worden alle volgende toeren gewerkt; doch daar dit kussen met witte en roode strepen geheekt wordt, werkt men afwisselend de volgende 9 toeren: eerst 6 toeren met roode wol; dan 1 toer, 1 steek witte wol en 1 steek roode wol; maar men moet ook hiermede even als bij het ge-wone haken, wanneer men de drie ste-ken op de naald heeft, de draad van de volgende kleur doorhalen; dan 1 toer met de witte wol; vervolgens weder 1 toer met 1 steek witte en 1 steek roode wol, doch in dezen toer moeten de ste-ken verzet worden, zoodat dan de roode steek op de witte, en de witet steek op de roode komt. Men werkt 3 maal deze 9 toeren; en dan nog eens 6 toeren met de roode wol. Vervolgens werkt men 4 toeren geheel in de rondt met
2 HANDWERKEN EN MODES.
RUGKUSSEN.
(Haakwerk).