De Gracieuse 1863 | Page 257

BETLEY-HALL. 249

door het daaraan grenzende bosch. Ook CLEMENT weet hiervan niets, want ik heb eerst gedurende zijne afwezigheid die ontdek-king gemaakt, toen ik, onder geleide van den ouden RALPH, in de omstreken rondzwierf. Behaagt het nu uwe Majesteit, zoo breng ik u met behulp van mijn ouden dienaar, op wien wij ons verlaten kunnen, langs dezen weg ongemerkt uit het slot; wij slaan, zoodra wij het bosch verlaten, een weinig gebruikt zijpad in en komen zoo naar het kasteel van sir NORTON, waar niemand u zoeken zal, daar het geheel ter zijde ligt van den weg, dien gij voornemens waart te volgen. Eenige dagen later zul het u mogelijk zijn om onbemerkt van daar verder te ko- men; uw gevolg echter moet langs den vroeger bepaalden weg verder trekken, opdat het uwe vervolgers ontmoet en deze op die wijs misleid worden.”

Zoowel de koning als sir ROBERT LANE hadden met bewon-dering geluisterd naar dit even verstandige als moedige plan. De laatste omarmde zijne heldhaftige dochter, terwijl hij uitriep: “Ja, zoo kan het gaan, dierbaar kind; God zal gaf u die woor- den in. Voor de trouw van sir NORTON blijf ik uwe majesteit met mijn leven borg.”

“En ik zal uw edel kind blootstellen aan zoo groot gevaar, ik zal mijne trouwe volgelingen den dood, of wat nog erger is eene zekere gevangenschap tegenzenden en mijzelven redden door eene laffe vlugt? Dat verhoede God; er moge van komen wat wil.”

“Uwe majesteit bedenke, dat zij in haren persoon het land zijnen koning behoudt; de daden der vorsten worden niet ge-meten naar den gewonen maatstaf, zij gehoorzamen ana hooger bedoelingen,” smeekte sir ROBERT.

“Uwe majesteit bedenke dat het gevaar voor uwe krijgslieden door uwe tegenwoordigheid eer grooter dan geringer wordt,” riep JANE.

KAREL bleef nog altijd besluiteloos; maar ook onder de kleine schaar zijner volgelingen, die terstond zich tot een krijgsraad hadden verzameld was men weldra eenparig overtuigd dat het door miss JANE voorgeslagene plan het eenige en het beste was en dat men oogenblikkelijk voor de uitvoering moest zorgen. Zoo van allen kant bestormd gaf de koning eindelijk toe, en