De Gracieuse 1863 | Page 251

PHYSIOLOGIE VAN DEN HOED. 243

hare hand reikt, eene trouwe, verstandige gezellin zijn in dagen van voor- en van tegenspoed.

Van alle hoeden, die de mode kortelings en vogue heeft gebragt, dunkt ons de daar voorbijgaande de allerleelijkste. Hij maakt het jeugdigste gezigtje oud, of ten minster veroudert het. Welligt heeft hij den naam “Brigand” gekregen, omdat hij het gemunt heeft op den roof van alle jeugdig voorkomen. Wij raden der eigenares in elk geval om haren spiegel voortaan te wantrouwen; want ware deze een trouw en waarheidlievend raadgever zoo moest hij haar overtuigd hebben om dien verra-derlijken hoedvorm verre weg te werpen, en de hand uit te strekken naar dien, waarmede de blonde dame in het gindsche rijtuig er zoo allerliefst uitziet. Natuurlijk en bevallig kleedt hij, de breede, vlakke hoed, versierd met eene enkele golvende struisveêr; en hij zegt ons dat zijne draagster dien goeden smaak en fijnen takt bezit die eene vrouw zoo innemend maakt.

Een tegenovergestelden indruk maakt de nu volgende hoed, die ons doet denken aan eene jongensmuts met omhoog gesla-gen rand. Hoog boven het voorhoofd zich verheffend, vergroot hij het gelaat op eene onaangename wijs, geeft daaraan eene uitdrukking van vermetelheid en getuigt in ’t kort van een slechten smaakt. Wij weten niet waarom men dezen hoed “Cleopatra” genoemd heeft, en zijn overtuigd dat de Egyp-tische koningin – hoewel lang geen voorbeeld van vrouwelijke waardigheid – toch zoo zij wist welk een wansmaak men hier aan haren naam verbindt, de schimmen van CESAR en ANTONIUS geen rust zou laten, voor zij optraden om den haar aangedanen smaad te wreken.

Het wandeluur is voorbij, de beau monde verwijdert zich en ook wij keeren huiswaarts. Onze physiologie is voor heden, maar niet voor goed geeindigd. Het bestuderen der hoeden is eene onuitputtelijke bron, want de mode zelve is zulks immers; en hebben mijne lezeressen lust, zoo vergezellen zij mij later weder naar eene andere verkenningspost. Ik ben overtuigd dat zij in stilte instemmen met verscheiden mijner opmerkingen, ook al willen zij niet met luider stem deze bekentenis afleggen.