CONSTANCE CHORLEY. 231
STANCE. Om hem te redden van eene verdenking, die, naar zij in hare eenvoudigheid meende, hem op het schavot moest bren-gen, had zij zich zelve beschuldigd, den brand te hebben gesticht, uit welken ik haar redde. Eerst had DANIËL het voornemen om zijne dochter te bevrijden van de over haar uitgesproken straf; maar liefde voor zijn zoontje, en hoop om deze in het bezit eener zekere erfenis te stellen, hield hem terug. Zijn geweten dreef hem uit Lympton en naar Amerika, waar hij omzwierf onder kwellingen, die hij vruchteloos poogde te ontvlugten, en vruchteloos ook te bestrijden door zich op te dringen, dat liefde voor zijnen zoon hem een ontaard vader maakte omtrent zijne dochter.
“Hij smeekte mij, haar na zijnen dood te regtvaardigen. In zijn bezit waren eenige papieren, waaruit de geheele zamenhang der zaak op zoodanige wijze bleek, dat men ze in regten kon doen gelden. Bovendien werd door een openbaar ambtenaar onder getuigen nog eene allernaauwkeurigste verklaring aan-gaande alle bijzonderheden uit den mond van den kranke opge-teekend en met eede bekrachtigd. Niet lang daarna stierf de beklagenswaardige man.
“Toen CONSTANCE hier was, naauwelijks nog iets meer dan kind, bezielde mij reeds voor haar een gevoel, dat ik toen nog toeschreef aan de omstandigheid, dat ik het arme meisje het leven gered had, maar dat mij zelv’ reeds voor het in Ame- rika met DANIËL CHORLEY voorgevallene helder bewust was. Doch ook buiten dat zou ik niet hebben nagelaten haar te red-den van den zedelijken en maatschappelijken dood, gelijk ik haar eens met gevaar van mijn leven uit de vlammen droeg.
“In Engeland teruggekomen, was mijn eerste werk, een kundig regtsgeleerde te Londen bekend te maken met de zaak van CONSTANCE CHORLEY. Hij onderzocht al de papieren met de grootste zorgvuldigheid en beloofde mij zijne beste pogingen. Na eenigen tijd werd ik bij twee ministers ontboden, die mij naauwkeurig ondervroegen. Alles werd op nieuw onderzocht, en vooral toen het onze genadige Koningin behaagde, hare be-langstelling in het ongelukkige meisje aan den dag te leggen; eene hooggeplaatste vrouw had Hare Majesteit met de edele