230 CONSTANCE CHORLEY.
gen schijn van geraaktheid over den ongepasten uitval. “Ook mijne huwelijkskeuze is reeds gedaan.”
“En wie is de gelukkige?” vroeg tante MARGARETHA, kenne-lijk grootelijks uit het veld geslagen.
“CONSTANCE CHORLEY!” sprak KRIS.
Maar daar kwamen de poppen weder aan den dans.
“Mijn jongen, mijn beste KRIS! Zijt gij stapelzot, mijn jon- gen! Neen, hij weet niet wat hier in Engeland is voorgevallen. Gij zijt lang in Amerika geweest. Die CONSTANCE, dat varken, zit voor jaren achter de grendels, als brandstichtster. Ik had het er niet op, maar men had medelijden met die kinderen. Ik zie hen nog; wie zou gezegd hebben, dat die CONSTANCE zoo’n dieraadje was.”
“Oom HUMPHREY, ik verzoek u uwe uitdrukkingen te ma- tigen ten aanzien van een meisje, dat ik weldra mijne vrouw hoop te noemen. Laat mij u eens ordelijk alles verhalen.
“Op eene van mijne allerlaatste reizen in Noord-Amerika ont-moette ik op een afgelegen dorp, waar men bezig was met het leggen van eenen spoorweg, waarbij ik zaken had, een uitge-teerde man, in wien ik, ondanks zijne verarming en vermagering, DANIËL CHORLEY meende te herkennen. Hij was met zijn zoontje naar de nieuwe wereld overgestoken om redenen, die ik eerst later ontdekte. Hij had na veel heen en weder reizen met den knaap plaats genomen op eene Mississippi-boot. Maar al te dikwijls gebeurt het, dat de dolle mededinging van ver-schillende maatschappijen aldaar eenen wedstrijd tusschen de booten doet onstaan, die maar al te noodlottig wordt voor de passagiers. Zoo was het ook hier. De boot waarop CHORLEY zich bevond, vloog in de lucht. Bijna al de menschen kwamen om het leven; ook de kleine MARMADUKE CHORLEY. Zijn vader, eerst in de lucht geslingerd, werd in de rivier geworpen en door de andere boot opgevischt. Maar hij bezat niets meer, en wat hem het pijnlijkst folterde, zijnen zoon niet, om wien en voor wien hij onbeschrijfelijk veel geleden en gestreden had. Maar dit be-hoort niet regtstreeks tot mijn verhaal. CHORLEY, hevig lijdende naar ligchaam en geest, voelde zijn stervensuur naderen. Hem drukte de last eener vreeselijke gewetenswroeging omtrent CON-