De Gracieuse 1863 | Page 231

CONSTANCE CHORLEY. 223

te denken, dan dat de misdaad gepleegd was, niet ten gevolge van koelbloedige verworpenheid, maar ten gevolge van omstan-digheden, over welke een sluijer lag uitgespreid, dien niemand gevoelde te kunnen opheffen.

Na de uitspraak der gezworenen verwijderden zich de regters. Lang, zeer lang duurde hunne beraadslaging. Eindelijk echter werd het vonnis uitgesproken, waarbij CONSTANCE CHORLEY als brandstichtster werd veroordeeld tot eene gevangenisstraf van tien jaren, alleen uit aanmerking van haren jeugdigen leef- tijd – eene uitspraak, bij welke de voorzittende regter nadruk-kelijk verklaarde dat de wetten geene zachtere toelieten.

De veroordeelde zonk onder den uitroep: “ik had gehoopt te sterven!” bewusteloos op den grond. Men droeg haar naar haren kerker, waar zij, zoodra zij alleen was, zich op de kniën wierp en onder eenen tranenvloed bad: “God, ik dank u dat Gij mij sterkte gaaft om mijnen vader te redden!”

Den volgenden morgen was DANIËL CHORLEY spoorloos ver-dwenen.

XXV.

“Zwager HUMPHREY,” zoo sprak vier jaren later VALLON op eenen avond, toen beiden te Peeler Pond onder hun glas ale zaten, terwijl grootvader bezig was zijne viool te stemmen, “het is niet edelmoedig van u, altijd zoo op den jongen te smalen, en op mij ook. Waarachtig, het was geen hoogmoed, dat ik hem bij de heeren GWYNNE en HARDELL deed. Geloof mij, zwager STANDISH, er stak wat in den jongen en het steekt er nog in!”

“Dan zal het er wil in blijven zitten zonder dat het naar buiten komt kijken,” merkte de kastelein uit “Voerlui’s rust” aan, terwijl zijn buik schudde van lagchen. “Waar is uw kos-telijke alweter gebleven? Zwager JAKOB VALLON, bij mijn ziel, weet gij wel eens waar uw kostelijke zoon uithangt? Durft gij mij een penny te laten zien van de interest die hij u betaald heeft, hé? Drommels, ik zou mij schamen, JAKOB VALLON, ja mij schamen door den vloer van de kamer heen!”