De Gracieuse 1863 | Seite 229

CONSTANCE CHORLEY. 221

moeder – en CONSTANCE was gereed om den konstabel te volgen. Met vasten voet stapte zij op de kar, gevolgd door VALLON. De konstabel kon naast de kar gaan – VALLON gevoelde zich te zeer vrij Engelschman, om eenen geregtsdienaar op zijn rijtuig te dulden, en dan onder zulke omstandigheden! VALLON en zijne vrouw hadden hun pleegkind lief gekregen, innig lief, zoo lief als ware zij hunne dochter. En nu werd dat meisje uit het huis gesleurd, op eene leugenachtige aanklagt van haren ont-aarden vader! VALLON was woedend en deed wat hij zelden deed: hij bromde den eenen vloek voor, den anderen na tus-schen de tanden. Zelfs de hit moest het bezuren en kreeg zweep-slag op zweepslag, zoodat waar de weg wat minder zandig was, de konstabel groote moeite had om de kar niet uit het oog te verliezen; als het zand zwaarder werd, had hij haar echter spoe-dig weder ingehaald. Maar toen VALLON eenmaal den straatweg had, joeg hij vooruit, en de konstabel, die wel last had om CONSTANCE te roepen, maar niet om haar in hechtenis te nemen, kwam lang na de kar te Lympton aan.

Met vriendelijkheid behandelde de vrederegter het meisje. Nadat hij haar met groote minzaamheid verzocht had, zich alles goed te herinneren wat betrekking had op den brand ten huize van haren vader, legde hij haar de vraag voor, of zij eenige inlichtingen wist te geven aangaande de oorzaak. Zelfs ging de menschlievende vrederegter zoo ver, dat hij CONSTANCE het ant-woord half en half in den mond gaf door zijne verwachting uit te drukking, dat het meisje zich wel niets meer zou weten te herinneren, dat licht over de zaak verspreiden kon.

Men kan zich dus voorstellen, hoe groot zijne verbazing was, toen CONSTANCE hem met vastheid verklaarde, dat zij, zonder iemands medeweten, eene menigte brandbare stoffen in het huis opgehoopt en toen alles in gereedheid was, er den brand in gestoken had. Met ijzingwekkende koelbloedigheid verhaalde het meisje daaromtrent bijzonderheden, die allen twijfel aan de waarheid verbranden; en de vrederegter, die aanvankelijk met schroom het verhoor begonnen was, omdat hij CONSTANCE aan-zag voor het deerniswaardig slagtoffer eener verdenking, naar welker oorsprong hij zelf niet durfde raden, leerde haar nu