De Gracieuse 1863 | Page 228

220 CONSTANCE CHORLEY.

“Nu, wat zegt gij?” vroeg de konstabel op zegevierenden toon; “wat zegt u die houding? Wat bliefje?”

“Mij belieft dat gij zwijgt,” beet hem VALLON toe; “gij kunt uwen pligt doen, maar niets geeft u het regt om op eene on-schuldige te schimpen. En nu ik zie dat gij het meisje zoo on-beschoft behandelt, zal ik zelf medegaan en haar naar Lympton brengen. BOB! Span terstond den hit voor de kar!”

CONSTANCE, eindelijk als uit eenen droom ontwaakt, werd naar haar kamertje gezonden om zich een weinig te verkleeden. Daar zonk het gefolterde meisje op hare kniën en bad. Buiten staat om hare gewaarwordingen onder woorden te brengen ver-hief zij haar hart boven het aardsche, tot den Vader daar bo- ven; zij dacht aan hare moeder; zij dacht aan haren vader. Veel had zij geleden, maar zóó nooit. De keel was haar als toegeknepen geweest toen zij zag hoe haar vader alles voorbe-reidde om vlam te vatten – dien avond – in al zijne ijselijk- heid stond haar die nacht voor het oog des geestes – dat scherm – DUKE – alles – alles.

En nu beschuldigd van brandstichting – door haren vader – haren vader! Onmogelijk! En toch – het was zoo! Of zij zich van de beschuldiging zou kunnen zuiveren – zij dacht er niet aan. De beschuldiger was haar vader – uit haat tegen haar? Neen – waarom dan? – Om de beschuldiging van zich zelven af te wentelen!

Daar vond de arme, gejaagde CONSTANCE een punt, om zich aan vast te klemmen! Haar zuiver zedelijk gevoel deed haar inzien hoe afschuwelijk laag die man moest gezonken zijn tot het kiezen van zulk een redmiddel. Maar CONSTANCE sloot de oogen voor dien aanblik; zij had slechts één gedachte: het was haar vader! Dat smartte haar, dat doorvlijmde haar de ziel! Die man, die brandstichter, in staat om de schuld van zulk een verschrikkelijk misdrijf op haar, een onschuldig kind te leggen – die man was haar vader. “Ach! ware ik nooit gebo- ren!” riep zij uit, en die uitroep kwam uit het diepst harer ziel – Ach! zij wist immers, dat hare geboorte eene bittere teleurstelling voor haren vader was geweest!

Nog één gebed – nog ééne gedachte aan hare verheerlijkte