De Gracieuse 1863 | Page 226

218 CONSTANCE CHORLEY.

gen der maatschappij, dat de directeuren er toe overgingen om de justitie met de zaak te bemoeijen.

Deze echter beschouwde haar uit een gansch ander oogpunt. Wel was zij niet vreemd gebleven aan de loopende geruchten; maar niets geloovende van de gegrondheid der op de arme CONSTANCE klevende verdenking, en buitendien inziende dat het onmogelijk geacht moest worden, nu nog ontdekkingen te doen aangaande iets dat lang geleden en lang hersteld was, had zij gemeend er zich van te moeten onthouden. Maar nu de waarborgmaatschappij zelve het verzoek om onderzoek inleverde, mogt de openbare regter zich niet onttrekken aan zijnen pligt, mogt hij zich niet schuldig maken aan regtsweigering.

In zijn eerste verhoor ontkende DANIËL CHORLEY met den meest mogelijken nadruk, zich ooit of immer te hebben uitge-laten als zou de brand door CONSTANCE gesticht zijn. maar hier-voor waren te vele getuigen, dan dat hij het kon volhouden, waarop hij er zich trachtte af te maken door te zeggen, dat hem bij het redden hier en daar de blijken waren voorgekomen, die schenen aan te duiden, dat de een of ander brandbare stof-fen in zijn huis had geborgen, zonder dat hij kon zeggen wien hij daarvan verdacht hield; terwijl zijn dochtertje, alleen thuis als hij uitging, daaraan wel niet schuldig zou zijn, maar toch de onvoorzigtigheid moest gehad hebben om door het openlaten der deur of anderzins, aan kwaadwilligen de gelegenheid te geven in het huis te sluipen en alzoo de aanleiding tot den brand te veroorzaken.

De regter, met het onderzoek belast, scheen wel over te hel- len om deze verklaring aan te nemen. Zoo al eenige verdenking bij hem huisvestte, dan was zij eer tegen den vader dan tegen de dochter. Maar als een regter gevoelt, dat het eene hopelooze poging is, eene beschuldiging te bewijzen, is het hem niet kwa-lijk te nemen, als hij de zaak liever laat gelijk zij is, dan zich te wagen aan de noodzakelijkheid eener uitspraak, bij welke de justitie gevaar loopt, in de openbare meening van slapheid of partijdigheid verdacht te worden. De justitie meende in dit ge-val daartoe niet beter te kunnen doen dan CONSTANCE zelve te ontbieden. Van haar verwachtte men geen licht in de zaak;