CONSTANCE CHORLEY.
XXIV.
Ofschoon ten gevolge der steeds duidelijker geworden uitla-tingen van DANIËL CHORLEY te Lympton en in den geheelen omtrek met elken dag het gerucht algemeener werd, waarbij CONSTANCE als de brandstichtster werd aangeduid, zou dit echter geene verdere gevolgen gehad hebben en misschien wel geheel zijn doodgebloed, indien er geen hevige twist ware ontstaan tus-schen den ouden DANIËL en den heer ROWBOTHAM. Het kwam eigenlijk aan over eene weddingschap bij gelegenheid eener hard-draverij; maar door de drift der beide partijen en de scheld-woorden die zij elkander in het bijzijn van derden toeduwden, klom bij ROWBOTHAM de wrok zoo hoog, dat hij CHORLEY, het kostte wat het wilde, den onderganen hoon betaald wilde zetten.
Men zal zich herinneren, dat het de heer ROWBOTHAM was, die als agent der brandwaarborgmaatschappij de schade bij CHORLEY opgenomen en goedgekeurd had. Deze man nu leverde bij de maatschappij eene vormelijke klagt in, houdende aanvraag om onderzoek aangaande de waarheid der loopende geruchten, dat de brand zou zijn aangestoken geweest, in welk geval men aan CHORLEY een proces kon aandoen tot teruggave van de ont-vangen schadevergoeding. Hij wist deze persoonlijke wraakne-ming zoozeer te plaatsen in het licht van ijver voor de belan-