204 BETLEY-HALL.
van haren vriend niet te gemoet met vrolijk verlangen, want zij wist dat nu een gesprek met haren vader waarschijnlijk de hevigste oneenigheid zou uitlokken. In het hooge boogvenster harer kamer neêgezeten, dat een heerlijk uitzigt had op de voor haar liggende lagchende landstreek, las en herlas zij dat verontrustende schrijven en haar oog werd telkens heengetrok-ken naar deze zinsnede: “ik was in Guildhall tegenwoordig toen de papieren werden voorgelezen, die met ’s konings andere zaken bij Naseby in handen der overwinnaars vielen. CROMWEL en IRETON hebben ze geopend en gevorderd dat de inhoud openlijk zou worden bekend gemaakt. En zij hadden gelijk, want wie nog een zweem van twijfel voeden mogt nopens de regtvaardigheid van onze zaak, die zal thans daarvan ten volle overtuigd zijn. Ui die brieven blijkt het zonneklaar, dat de koning slechts heerscht door geweld en dat in strijd met alle be-loften en verzekeringen de alleenheerschappij zijn eenig streven is. Hij heeft verbindtenissen aangegaan met den koning van Frankrijk en nog andere vorsten van het vasteland om vreemde troepen in het land te brengen; aan verzoening met hem valt dus niet meer te denken en geen vrede, geen geluk zal ons arm vaderland ten deel worden vóór hij, als gevangene van het parlement, de door dit ligchaam gestelde voorwaarden on-derteekent.”
Een doodelijke schrik vervulde het hart der jeugdige JANE. Niet slechts zag zij het vaderland verscheurd door bloedigen burgerkrijg, ook op haar eigen vreedzaam, gelukkig levenspad slingerde hij zijn vernielenden fakkel neder. Haat en vijand-schap zag zij tusschen den vader en den broeder, den geliefde, want zoo immers noemde hem haar onstuimig kloppend hart; zij zag zich zelve ten prooi aan de tegenstrijdigste gevoelens, want de staatkunde eener vrouw is bijna altijd hare liefde; haar hart wordt heengetrokken naar het leger waar de man strijdt aan wien dit hart zich heeft overgegeven. – Kinderlijke liefde en pligt stonden aan de eene zijde, aan de andere eene heilige met haar innigst zieleleven zaamgewevene liefde, en waarheen ook de weegschaal hellen mogt, niets zag zij dan lijden en ver-driet, niets dan het verscheuren der heiligste banden.