BETLEY-HALL. 203
sir ROBERT LANE, die zijne goederen hebbende in het naburige graafschap Warwick, bij zijnen dood het beheer daarvan en de opvoeding van zijnen moederloozen zoon had toevertrouwd aan zijnen vriend. Zoo waren CLEMENT en JANE met elkaâr opge-groeid, hadden gemeenschappelijk geleerd, gemeenschappelijk gespeeld en waren, door eene zelfde vaderliefde omvat, elkander alles geworden, zonder dat zij eigenlijk wisten hoezeer de een den ander onmisbaar was. De scheiding had hun nu die pijn-lijke ondervinding gegeven. CLEMENT, verscheidene jaren ouder dan JANE, was meerderjarig geworden zijne, naar den wensch zijns pleegvaders, op reis gegaan en hield zich na zijne terug-komst in Engeland, beurtelings op zijn vadergoed Packington-hall of in Londen op.
Ook nu bevond hij zich weder sedert geruimen tijd te Londen en onderhield naar oude gewoonte eene levendige briefwisseling met JANE. En had het jonge meisje reeds uit menig gesprek met den vriend harer jeugd het vermoeden afgeleid dat zijne staatkundige meeningen eene geheel andere rigting namen dan die haars vaders, zij zag nu met elken brief dien zij uit Londen ontving, dit vermoeden al meer tot zekerheid worden. Een on-uitsprekelijke angst maakte zich van haar meester, en die angst werd nog daardoor vergroot, dat zij haren vader geen deelge-noot durgde maken van haar verdriet en dus voor het eerst in haar leven een geheim had voor hem, wien tot hiertoe steeds elke gedachte, elk gevoel haars harten was bekend geweest, hetzij door hare woorden of door een blik op haar opregt ge- laat. Gelukkigerwijs was sir ROBERT LANE geen vriend van briefwisseling; hij was volkomen tevreden met de berigten die hij uit JANE’S mond betreffende zijn pleegzoon hoorde, en de gedachte dat CLEMENT, door hem opgevoed, de zijde zou kun-nen kiezen der oproerlingen, was zoo geheel vreemd aan zijne ziel, dat hij het volstrekt overtollig achtte ooit onderzoek te doen naar CLEMENT’S staatkundige denkbeelden.
JANE hield een brief in de hand, waarin CLEMENT haar zijne spoedige terugkomst meldde, maar tevens scherper dan ooit zich uitte over politieke aangelegenheden. Vrees en bezorgdheid vervulden haar hart; voor de eerste maal zag zij de t’huiskomst