BETLEY-HALL. 201
trouw gehecht waren aan het koninklijke huis en de handelwijze van het parlement uitkreten als rebellie en verzet tegen alle goddelijk en menschelijk regt.
Ook sir ROBERT LANE, de eigenaar van Betley-hall was van deze gevoelens en ten volle bereid om voor de zaak zijns ko- nings goed en bloed te wagen, en zou liever dan hem te ver-loochenen het huis zijner vaderen met eigen hand hebben in brand gestoken. En toch was Betley-hall de trots van sir RO- BERT LANE, een schoon en aloud heerengoed, welks voorgeval den geheelen breeden landweg bestreek, terwijl de achterzijde geheel ingesloten werd door eene rivier en daar op die wijze alzoo door de natuur zelve verstrekt was. Het uitgestrekte, on-regelmatige gebouw gaf ruime stof tot bouw- en geschiedkundige opmerkingen. Elke nieuwe eigenaar toch had, zonder iets af te breken van het reeds bestaande, daar naast en daar tegenover laten bijbouwen, waarbij tegelijk zijne behoeften en de heer-schende smaak gevolgd waren. Zoo verhieven zich op de oude grondvesten, volgens de overlevering uit den tijd der Sak- sers, torens uit de Normaansche tijdvak; het eene gedeelte van het slot herinnerde aan de dagen van den heldenkoning RICHARD Leeuwenhart, een ander half verwoest in den strijd der roode en witte Rozen, was weder opgebouwd onder de regering van HENDRIK VII, terwijl de laatste en nu eigenlijk bewoonde vleu-gel geheel nieuw was en pas opgerigt onder de regering van koningin ELISABETH.
In een vertrek, rijk voorzien met alle weeldezaken toenmaals bekend en door de mode aangegeven, vinden wij Miss JANE LANE, de eenige en schoone dochter van den eigenaar van Bet-ley-hall. Slechts zestien zomers pas waren vervlogen sints de bekoorlijke jonkvrouw voor ’t eerst het levenslicht begroette en dien leeftijd ook dacht men haar toe bij eene vlugtige be-schouwing, hetzij men haar ontmoette vrolijk heensnellend op het vlugge ros of wel voortzwevend door tuinen en velden, bloemen plukkend en vlinders vervolgend. Zag men daarente-gen JANE als zij, wel goedhartig maar tevens met oordeel, ha- ren dienaren bevelen gaf, zag men haar, waar zij hulp en raad bragt in de woningen der armoede, zag men haar als zij met