De Gracieuse 1863 | Page 207

DE WONDEREN VAN ééNE NACHT. 199

zaamheid die overal weet op te zamelen. De maan op hare beurt schonk hem het zachte licht, der lijdenden troost, de sterren hare klaarheid. En de lente zelve nam zich de kroon van het hoofd, en gaf hem met deze de wijding tot luimige ernst en ernstige luim, gaf hem de magt om verheugden te doen weenen en bedroefden te doen glimlagchen, een vriend te zijn voor gelukkigen en zwaar beproefden tevens.

De nacht verdween en toen de morgen aanbrak lag de tuin weder koud en dor, ter naauwernood nog beroerd door den eersten ademtogt der lente. Het kind echter bleef en met hem al de rijke gaven, hem geschonken tot heil der menschheid. En opdat mijne lezeressen weten mogen dat ik haar geen sprookje vertelde met deze wonderen van éénen nacht, zoo zij haar gezegd: Wat ik mededeelde gebeurde op den 21sten Maart 1763 te Wunsiedel in het Fichtelgebergte, en de knaap die daar geboren werd, heette JEAN PAUL FRIEDRICH RICHTER, wiens hon-derdjarige geboortedag kortelings in Duitschland gevierd werd. Wie zijne geschriften kent heeft daarin al die gaven terugge-vonden die het kind eenmaal in dien wijdingsnacht ontving; wie ze niet kent, hij leere ze kennen en waarderen.

BLADVULLING.

De waarde eener goede huisvrouw en moeder erkent men het beste door tegenstelling. – Eene slechte huismoeder is als een hagelslag –vernielend voor elken halm, eene goede is als de voorjaarsregen – zacht, zonder aanspraak, maar vol zegen.

De menschen weten dikwijls niet, dat menige ontbering eene verborgen vreugde bevat. Onder een blad bloeit vaak de schoonste bloem. Schaduw is ook bescherming.