192 CACHEMIR.
kunnen heengaan naar vreemde stranden, gelukkig in het voor-uitzigt van nieuwe streken, onbekende menschen te zien, en zijne nomaden-natuur geheel toevertrouwend aan het toeval. Hij doorreisde eerst Syrie en Egypte en begaf zich vervolgens naar Surate, dat toen eene groote handelsplaats was. Van door komt hij te Delhi, verbindt zich als geneesheer aan de dienst van den Khan DANETSCHMED en vergezelt in 1665 zijn meester naar Cachemir. Het dal was juist toen in den vollen glans zijner pracht. De vorsten van Delhi hadden het tot hun zomerverblijf gekozen, en deden er keurige tuinen aanleggen, rijke woningen oprigten. Het was geen eenvoudig gevolg van officieren en ho-velingen, dat den keizer vergezelde op zijne jaarlijksche togten: het was een geheel leger en duizende personen nog, aan de dienst van dat leger verbonden: kooplieden en handelaars in levensmiddelen, kornaks voor de olifanten, palanquin-dragers, werklieden en dienstboden. De gansche massa trok langzamer-hand door de bergpassen, daalde de bergen af, overstroomde de vallei – eene andere Nijl-overstrooming die alom vrucht-baarheid verspreidde.
DANETSCHMED, die de wetenschap liefhad, hiel BERNIER in het vinden van de middelen om de stad Cachemir naauwkeurig te kunnen bestuderen, en de omstreken te bezoeken, en BER-NIER die, zonder rees voor tegenspraak, een fantastisch ver- haal had kunnen leveren van zijne pelgrimstogten op deze terra incognita heeft daarvan eene eenvoudige en oordeelkundige vertelling gegeven, die nog heden voor ons al de waarde heeft van een historisch document.
Treurig was het einde van dien bekwamen reiziger, die zijne jeugd zoo verdienstelijk had besteed. In 1670 keerde hij naar Parijs terug en vond daar terstond zijne plaats in de hooge kringen van dien tijd en voornamelijk onder hen die hun fort maakten van geestigheden en bon mots. Maar zijn mannelijk karakter, gehard door de vermoeijenissen en gevaren eener verre ontdekkingsreis, was niet bestand tegen de verwonding dier kleine pijlen, die zoo talloos worden afgeschoten in de beschaafdste bijeenkomsten, tusschen de lagchende draperieën van eene ge-zelschapszaal. Twaalf jaren van moeijelijke en gevaarlijke reizen