De Gracieuse 1863 | Page 198

190 CONSTANCE CHORLEY.

hem niet van zich wilde laten gaan, maar hem eindelijk wel moest loslaten.

Daar stond KRIS in de hevigste ontroering. Als werktuigelijk rigtte hij zijne schreden naar het huis zijner ouders, met het voornemen om hun en vooral CONSTANCE mede te deelen, dat in het oogenblik toen MARY naar de kar had uitgezien, CHORLEY, om wat reden dan ook, in huis was geslopen en den slapenden knaap had weggehaald.

Doch hij bezon zich. Hij bedacht dat deze opheldering voor de arme CONSTANCE nog pijnlijker moest zijn dan de onzeker-heid waarin zij tot dusver had verkeerd ten aanzien van DUKE. Hij gevoelde, dat het hart van het ongelukkige meisje met dui-zend pijlen doorwond zou worden als zij wist hoe diep gezonken haar vader was.

Maar haar dan toch te zeggen, dat DUKE leeftde. . . . Hoe kon hij het, zonder den zamenhang te verhalen? Wat zou hij ant-woorden als de arme CONSTANCE sidderend voor hem stond en hem bezwoer te zeggen waar haar broeder was, indien hij dan toch wist wat er van hem geworden was? Daartoe voelde KRIS zich tegenover CONSTANCE niet sterk genoeg, en hij besloot, nu toch eenmaal in de open lucht zijnde, zijnen togt den nacht door te voet voort te zetten. Hij sliep dien nacht niet.

REBECCA was niet op weg, maar op hare legerstede deed zij insgelijks geen oog toe.

BLADVULLING.

Persoonlijke omgang is de universiteit der vrouwen. Ons voert het leven tot denken, omgekeerd meestal de mannen het denk-ken tot leven.

Menschengunst is eene zeepbel, hoe meer zij zwelt en zich uitzet, hoe rijker en bonter hare kleuren worden, des te digter is zij bij het uiteenspatten.