De Gracieuse 1863 | Page 194

186 CONSTANCE CHORLEY.

bleef dan hij zich had voorgesteld, zoodat hij er den nacht moest overblijven, en het zal naauwelijks noodig zijn te zeggen, dat het gordijn van moeder CATLIN ook dien avond zijnen onwe-derstaanbaren invloed op meester DRUSLEY uitoefende. Kortom, SIMON wist zoo veel te verhalen van de keurige hand, die HINCH-LEY in het schenken van punch had, dat zijn gast medetoog en het gezelschap voor dien avond met een persoon vermeer-derde.

Doch neen! er waren nog meer vreemdelingen; een drietal mannen, die van Lympton kwamen. Het gesprek viel op eenen straatroover, die daar de vorige week geregt was geworden.

“Ik wil nu niet zeggen, dat iemand die eenen weerloozen reiziger op eenen eenzamen weg met het pistool in de hand dwingt om een paar schellingen af te geven, niet verdient op het schavot te komen,” zeide de eene paardenkooper, “maar ’t is daar te Lympton ook al, zoo als overal in de wereld!”

“Hoe dat?” vroeg REBECCA, “het kind,” terwijl zij even het vuur oppookte.

“Hoe dat, jufvrouw? Daar loopt me vrij en vrank langs ’s Heeren straten een schobbejak van een boekwurm, die al herhaalde malen zoo goed als met ronde woorden heeft uitge-bazuind, dat een brand, die, ik geloof voorleden jaar, of ’t is misschien al langer, zijn boeltje naar de maan geholpen heeft, door zijn eigen dochtertje aangestoken zijn, en dat hij daarom het ding de deur uitgeschopt had. Als dat nu de waar- heid is, dan noem ik hem honderdmaal een schoft, om zoo iets van zijn eigen vleesch en bloed te vertellen, en ik noem hem nog eens hondermaal een ontaarden vader, om zoo iets, al is het waar, een arm schaap de deur te wijzen. Maar duizendmaal noem ik hem een schoft, als ’t waar is wat de menschen niet onder stoelen of banken steken als er maar geen ambtenaar van de politie bij is, dat hij het zelf heeft gedaan en de schuld op het arme kind werpt, en dat zij daarom uit wanhoop de wijde wereld is ingegaan. God betere ’t! Zoo iemand moest op het schavot komen, veel eer dan een arme duivel, die – ik zeg daarom niet, dat het goed is – een reiziger van een paar schellingen ontlast.”