De Gracieuse 1863 | Page 188

180 CONSTANCE CHORLEY.

“Zeg dat niet,” antwoordde KRIS met vastheid; “het is om armen en beenen te doen. Ik heb het bij ondervinding.”

Het scheen dat er op nieuw eene raadsvergadering op handen was, nu niet over KRIS, want dat was afgehandeld, maar over het naar huis rijden. Eindelijk werd besloten nog een paar uren te wachten; kon men inmiddels een paard te Iversham bekomen, dat dan voor de kar te spannen, en zoo niet, dan zou, meen- den de paardkundige heeren, de hit wel geheel bedaard zijn.

Het was dus reeds zeer laat in den avond, toen KRIS zelf meende dat het nu met den hit wel gaan zou. Jufvrouw STANDISH begreep, dat het met den nacht beter ware als hare zuster EEFJE met het kind bij haar bleef tot den volgenden dag. ’s Maandags reed Doctor SWYHAM strijk en zet dien weg uit, en hij zat altijd alleen; hij had EEFJE, en ook MARGARETHA, wel honderd-maal medegenomen; men vertrouwde dat hij het nu voor den honderdeersten keer ook wel zou doen.

Toen de hit goed was uitgerust, scheen hij geheel en al be-daard, zoodat ons drietal manspersonen, grootvader, VALLON en KRIS, op de kar plaats namen en na de vrienden goede nachtrust te hebben gewenscht, waartegen zij een: “goede reis!” inruilden, werd de deur van “Voerlui’s rust” gesloten en de kar rolde over den straatweg.

Even als KRIS bij het terugrijden naar Iversham had gedaan wegens het opgekomen water, zoo ook nu hield men den “an-deren weg,” die echter vrij wat om was. Die weg liep voor een klein gedeelte over eene heide, die wel niet groot was – misschien slechts een groot kwartier gaans – maar waarin toch de sporen elkander zoo kruisten, dat het tien tegen een was, of men in den donker het regte wel hield. Veel was er niet aan verbeurd, want aan het einde der kleine heide kon men zich gemakkelijk verkennen. VALLON, die de teugels zelf hield, begreep dat het maar best was, de zaak aan den hit over te laten, vooral omdat hij oordeelde dat hoe minder het dier toom en zweep voelde, het des te beter in zijn pas herno-men goed humeur blijven zou.

Dat humeur was nu wel goed, maar ’t zij de hit nog ver- diept was in nadenken over zijne booze bui, ’t zij de haver bij