De Gracieuse 1863 | Page 186

178 CONSTANCE CHORLEY.

de kar stond te rillen van vrees, maar geen pooit meer uitstak.

Op datzelfde oogenblik sprong KRIS van de kar en vatte de kinderen onder de uitgestoken armen. DUKE scheen geen regt besef te hebben gehad van het gevaar, maar CONSTANCE sid-derde bijna zoo sterk als de hit.

“Wat is dit, en waar zijn de lui?” vroeg MARY verwonderd.

“De lui,” sprak KRIS, eenen sarrenden nadruk op dat woord leggende, “zitten nog hoog en droog bij oom STANDISH, en wat die kinderen betreft, maak voor haar” – op CONSTANCE wijzende – “dat kleine ledikantje in orde dat op het opka- mertje staat, en wat den knaap betreft….”

“Mag hij dan,” viel hem CONSTANCE in de reden, “in het ledekantje liggen – ik zal wel op den grond slapen.”

“Wel ja, waarom in geen halfvolle spijkerkist?” zei KRIS.

“Neen, pop– ik wil zeggen, STANCE, neem gij het lede- kantje en DUKE, wilt gij voor dezen nacht een plaatsje in mijn bed nemen?”

“Dan zullen uw zuster en ik,” voegde MARY er bij, “aan uw bedje, ik wil zegge, aan het bed, blijven zitten totdat gij slaapt, mijn lieve krullebol. En ik loop toch af en toe; gij be- hoeft niet bang te zijn, mijn schelmpje!”

“Bang?” vroeg DUKE, als wilde hij zeggen, daartoe de minste reden niet te zien.

“Span den hit niet uit,” riep KRIS den staljongen toe, “ik moet dadelijk met de kar terug naar Iversham om vader en moeder te halen. Geef hem vlug een paar sneden roggebrood en een emmer water, maar pas op dat gij den deugniet het mondstuk niet losmaakt zonder hem goed vast te houden. Ik vrees, dat de kuren er nog niet uit zijn.

Naauwelijks had KRIS met de kar den terugtogt naar Ivers- ham aangenomen, of MARY deed eenen zoo geduchten, schoon allerlieftalligsten aanval op CONSTANCE’s openhartigheid, dat zij in een kwartier alles wist wat zij weten wilde. Want zij begreep er niets van, dat KRIS alleen met een paar wildvreemde kinde- ren kwam aanzetten en zooveel zorg voor hen droeg. Zij zou aan KRIS zelven wel gevraagd hebben hoe de vork in den steel zat; maar deze had het zoo druk met den hit; bovendien be-