De Gracieuse 1863 | Page 185

CONSTANCE CHORLEY.

XXII.

Wij verlieten onze arme kinderen toen zij met de kar te Peeler Pond kwamen. Nu de hit eenmaal zijne kuren had, be-dankte hij er ook bij zijne staldeur voor om te bedaren; hij sprong zelfs zoo koppig heen en weder, dat KRIS niet wist hoe hij het maken zou om te voorkomen dat de hit alles kort en klein sloeg. CONSTANCE en de kleine DUKE zaten met de grootste angst op de kar; zij met ingehouden adem, ieder oogenblik vreezende dat haar een gil zou ontsnappen, door welken zij echter begreep dat de hit nog meer zou schrikken en schoppen; de knaap zag zijne zuster met angstige blikken aan.

“Spring er dan af, KRIS!” riep MARY, de meid die aan de deur den afloop van deze beangstigende oogenblikken stond af te wachten. “Spring er af en vat den hit bij den toom; zie dat gij de kinketting grijpt, dan zal de schoelje wel bedaren.”

“Zwijg!” gebood KRIS vertoornd. “Ziet gij niet dat dan het leven der kinderen in gevaar is? Roep BOB, den staljongen, gaauw MARY, gaauw, BOB!”

In een oogwenk was BOB voor den dag gesprongen en in een oogwenk hing hij als een aap aan den hals van den hit. Met behendigheid greep hij naar de kinketting en kneep den hit zoo ongemakkelijk den bek, dat deze zijne kuren vergat en in